Juridische Context EU ETS-Zeevaart, EU ETS-2 en Hernieuwbare Energie
De tabel onderaan deze pagina geeft een overzicht van de verschillen en overeenkomsten voor vaartuigen, binnen de regelingen EU ETS Zeevaart, EU ETS-2 en Hernieuwbare Energie.
De regelingen verschillen in doel, toepassingsgebied en in wie de verplichting heeft.
Zeevaart
Binnen EU ETS Zeevaart ligt de verplichting bij zeevaartbedrijven. Het doel van het EU ETS Zeevaart is om de CO₂-uitstoot te verminderen door een prijs te zetten op de uitstoot van broeikasgassen.
De rapportageverplichtingen zijn gebaseerd op Verordening (EU) 2015/757 (MRV-Zeevaart) en Richtlijn 2003/87/EG (EU-ETS-richtlijn). Onder de ETS-richtlijn moeten alleen CO₂-emissies worden gerapporteerd. Vanaf 1 januari 2026 wordt de rapportage uitgebreid met methaan en lachgas.
Vanaf 2024 zijn vracht- en passagiersschepen voor commerciële doeleinden met een bruto tonnage van 5.000 GT of meer verplicht hun emissies te monitoren en te rapporteren onder ETS-Zeevaart. De verplichting om emissierechten in te leveren wordt geleidelijk ingevoerd.
- 40% van de geverifieerde emissies in 2024
- 70% in 2025
- 100% in 2026
Offshore schepen ≥ 5.000 GT moeten vanaf 2028 emissierechten inleveren (voor hun emissies vanaf 2027).
Algemene vrachtschepen en offshore schepen tussen 400 en 5.000 GT zijn voorlopig alleen verplicht hun emissies te monitoren en te rapporteren onder de MRV-Zeevaart. In 2026 of 2027 wordt besloten of deze doelgroep ook emissierechten moet gaan inleveren.
Op deze pagina staat uitgelegd vanaf wanneer welke typen schepen een monitoring-, rapportage- en inleververplichting hebben.
Naar EU ETS Zeevaart
Het doel van FuelEU Zeevaart is het verminderen van de broeikasgasintensiteit van energie die schepen gebruiken. De regeling stimuleert het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen en alternatieve energiebronnen in de zeescheepvaart.
FuelEU Zeevaart stelt bindende eisen aan de maximale broeikasgasintensiteit (well-to-wake) van energie die schepen gebruiken. Deze norm wordt geleidelijk aangescherpt van 2025 tot 2050, met als doel een reductie van 80% in 2050.
Vracht- en passagiersschepen voor commerciële doeleinden met een bruto tonnage van 5.000 GT of meer vallen onder deze verplichting.
EU ETS-2
EU ETS-2 richt zich op het verminderen van CO₂-uitstoot door een prijs te zetten op fossiele brandstoffen. Voor de scheepvaart werkt EU ETS-2 anders dan EU ETS Zeevaart: de verplichting ligt hier bij brandstofleveranciers, niet bij zeevaartbedrijven.
Binnen de sector scheepvaart gaat het om brandstofleveringen die zijn geleverd voor verbruik aan:
- commerciële schepen die geregistreerd staan als binnenvaartschip (met een ENI-nummer), inclusief schepen die offshore operaties uitvoeren;
- pleziervaartuigen
- brandstofleveringen aan Defensie met eindbestemming zeevaart,
met uitzondering van brandstoffen die worden gebruikt voor nationale, bilaterale of multilaterale operaties of samenwerkingen
Brandstofleveringen voor de visserij vallen buiten het toepassingsgebied van EU ETS-2.
Naar Scheepvaart binnen EU ETS-2
Hernieuwbare Energie
De wet- en regelgeving Hernieuwbare Energie voor Vervoer heeft als doel om de broeikasgasuitstoot van vervoersbrandstoffen te verminderen. Daarmee wordt invulling gegeven aan Europese verduurzamingsdoelen voor de vervoerssector (Richtlijn hernieuwbare energie – RED3) en de klimaatambities voor vervoer uit het Nederlandse Klimaatakkoord. De wet- en regelgeving Hernieuwbare Energie voor Vervoer verplicht brandstofleveranciers om de door hun geleverde brandstoffen jaarlijks met een bepaald percentage te verminderen (‘Brandstoftransitieverplichting’). Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet- en regelgeving per 1 januari 2026 wordt de verplichting uitgebreid naar brandstofleveranciers aan de binnenvaart en de zeevaart. Welke brandstofleveranciers aan de binnenvaart en/of zeevaart met een verplichting te maken krijgen, en op welke leveringen een verplichting rust, wordt hieronder toegelicht.
Binnenvaart
Een bedrijf heeft een brandstoftransitieverplichting sector binnenvaart voor een bepaald kalenderjaar als het in dat jaar minimaal 500.000 liter (L15) rode diesel uitslaat tot verbruik aan binnenschepen. Als een bedrijf aan de sector binnenvaart in een kalenderjaar minder dan 500.000 liter rode diesel uitslaat tot verbruik, dan heeft het bedrijf voor dat jaar geen brandstoftransitieverplichting sector binnenvaart.
Deze verplichting is gekoppeld aan de accijnswetgeving (‘uitslag tot verbruik’) en de Binnenvaartwet 2008. Deze verplichting is van toepassing op rode gasolie. Voor leveringen van rode gasolie geldt een accijnsvrijstelling. Rode gasolie verwijst naar de Wet op de accijns, die verlangt dat geleverde gasolie aan accijnsvrijgestelde bestemmingen (zoals binnenvaart) herkenningsmiddelen (roodkleuring) bevatten.
Naar brandstoftransitieverplichting binnenvaart
Zeevaart
Een bedrijf heeft een brandstoftransitieverplichting sector zeevaart voor een bepaald kalenderjaar als het in dat jaar minimaal 500.000 liter (L15) gasolie voor de scheepvaart, dieselolie voor de scheepvaart of scheepsbrandstof levert aan zeeschepen waarbij het brandstofleveringsnota’s (BDN’s) opstelt. Als een bedrijf aan de sector zeevaart in een kalenderjaar minder dan 500.000 liter van voorgenoemde brandstoffen levert waarbij het BDN’s opstelt, dan heeft het bedrijf voor dat jaar geen brandstoftransitieverplichting sector zeevaart.
Deze verplichting is gekoppeld aan de MARPOL-regelgeving en heeft betrekking op alle schepen die volgens de MARPOL-regelgeving als zeeschip de plicht hebben om een Bunker Delivery Note (BDN) op te stellen. Deze verplichting geldt voor de volgende brandstoffen: gasolie voor de zeevaart, dieselolie voor de zeevaart en scheepsbrandstof zoals bedoeld in artikel 3.0, eerste lid, van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging.
|
Scope | ||||
|
Categorie |
EU ETS Zeevaart |
FuelEU Zeevaart |
EU ETS-2 |
Hernieuwbare Energie |
|
Verplichting ligt bij | ||||
|
Zeevaartbedrijven |
Zeevaart- bedrijven |
Brandstof- leveranciers |
Brandstofleveranciers | |
|
Zeevaart |
Vracht-/ passagiersschepen voor commerciële doeleinden en offshore schepen |
Vracht-/ passagiersschepen voor commerciële doeleinden |
Leveringen aan schepen met een IMO-nummer1 (let op: niet in ETS-2 scope m.u.v. leveringen aan Defensie) |
Leveringen aan schepen waarop vanuit het MARPOL-verdrag2 de plicht rust om een brandstofleveringsnota ofwel Bunker Delivery Note (BDN) op te stellen |
|
Drempelwaarde | ||||
|
Zeevaartbedrijven met
Alleen monitoring: vracht-/ passagiersschepen voor commerciële doeleinden en offshore schepen tussen de 400 – 5.000 GT |
Zeevaartbedrijven met
|
NVT |
Brandstofleveranciers die jaarlijks gelijk aan of meer dan 500.000 L153 brandstof leveren aan zeeschepen waar zij een BDN voor opstellen | |
|
Type Brandstof | ||||
|
Annex I van de MRV (verordening 2015/757) geeft default emissiefactoren per brandstof. Dit geeft een beeld van de typen brandstoffen die gebruikt worden. |
Annex II van Regulation (EU) 2023/1805 bevat default emissiefactoren voor de brandstoffen. Dit geeft een beeld van de typen brandstoffen die gebruikt worden. |
De EU ETS-richtlijn4 (artikel 3 (af)) en de Wet milieubeheer (artikel 16.39x) definiëren het begrip ‘brandstof’ nader. |
Gasolie voor de zeevaart, dieselolie voor de zeevaart en scheepsbrandstof zoals bedoeld in artikel 3.0, eerste lid, van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging | |
|
Binnenvaart |
Niet relevant (deze vallen buiten scope) |
Niet relevant (deze vallen buiten scope) |
Uitslag tot verbruik van brandstof aan vervoer over de binnenwateren. In praktijk zijn dit alle commerciële schepen die geregistreerd staan als binnenvaartschip (met een ENI nummer) en de gehele pleziervaart. UITZONDERING: Leveringen aan de visserijsector |
Leveringen van rode diesel aan de binnenvaart5 waarbij uitslag tot verbruik6 plaatsvindt (gekoppeld aan de accijnswetgeving en de Binnenvaartwet 2008) |
|
Drempelwaarde | ||||
|
NVT want niet in scope |
NVT want niet in scope |
NVT |
Brandstofleveranciers die jaarlijks gelijk aan of meer dan 500.000 L157 brandstof leveren aan binnenschepen en daarbij uitslaan tot verbruik | |
|
Type Brandstof | ||||
|
NVT want niet in scope |
NVT want niet in scope |
De EU ETS-richtlijn8 (artikel 3 (af)) en de Wet milieubeheer (artikel 16.39x) definiëren het begrip ‘brandstof’ nader. |
Rode gasolie9 | |
1Schepen die geregistreerd staan als zeeschip (CoR)
2Internationale Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL-verdrag), in het bijzonder bijlage VI, voorschrift 18, welke wordt uitgewerkt in hoofdstuk 3 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging
3Als de brandstofleverancier in een kalenderjaar onder deze drempelwaarde blijft, heeft hij geen brandstoftransitieverplichting sector zeevaart voor dat kalenderjaar
4Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003.
5Let op: de pleziervaart valt hier niet onder. De pleziervaart valt onder sector ‘land’ binnen de hernieuwbare energie.
6Uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns
7Als de brandstofleverancier in een kalenderjaar onder deze drempelwaarde blijft, heeft hij geen brandstoftransitieverplichting sector binnenvaart voor dat kalenderjaar
8Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003.
9Voor leveringen van rode gasolie geldt een accijnsvrijstelling. Rode gasolie verwijst naar de Wet op de accijns, die verlangt dat geleverde gasolie aan accijnsvrijgestelde bestemmingen (zoals binnenvaart) herkenningsmiddelen bevatten.
