Ruim honderd emissievergunningen ingetrokken

Tussen 2012 en medio 2017 heeft de NEa in totaal 111 emissievergunningen van deelnemers aan het EU ETS moeten intrekken. In totaal zijn er 428 bedrijven die op dit moment een emissievergunning bij de NEa hebben. Deze, overwegend glastuinbouw-, bedrijven maakten vanaf dat moment geen deel meer uit van het EU ETS. De NEa heeft gekeken naar de achtergrond van deze verandering in het aantal deelnemers van het EU ETS in Nederland. Zowel de oorzaken als de gevolgen zijn in kaart gebracht. Deze zijn te lezen in het rapport ‘Ingetrokken emissievergunningen EU ETS 2012-2017’.

Wijziging regels toewijzing

In 2012 heeft de grootste daling in het aantal deelnemers plaatsgevonden. Dit had onder andere te maken met de nieuwe regels voor toewijzing waardoor vanaf 2013 minder gratis emissierechten werden toegewezen en meer bedrijven rechten moesten bijkopen. Veel kleinere bedrijven zagen in deze nieuwe regels aanleiding om technische wijzigingen door te voeren, zodat zij niet langer aan de deelnamedrempel voor het EU-ETS voldeden. Daarnaast is een aantal glastuinbouwbedrijven organisatorisch gewijzigd en opgesplitst in verschillende bedrijven, waardoor de afzonderlijke onderdelen niet meer hoefden deel te nemen. Als laatste hebben een aantal bedrijven gebruik gemaakt van een nieuwe regel die back up-eenheden uitzondert van het EU-ETS.

Aantal ingetrokken vergunningen 2012-2017

Gevolgen voor de uitstoot

Als een bedrijf vertrekt uit het EU ETS maar de bedrijfsactiviteiten worden wel voortgezet, dan leidt dit tot verplaatsing van de uitstoot van het EU ETS naar non-ETS. Het EU-ETS omvat de CO2-uitstoot van de grotere industriële installaties, het non-ETS omvat onder andere de uitstoot van de sectoren transport, gebouwen, landbouw en afval. In totaal is door intrekking van emissievergunningen ruim 1 miljoen ton CO2 per jaar verplaatst van het ETS naar non-ETS. De totale jaarlijkse uitstoot in het ETS bedraagt ongeveer 90 miljoen ton CO2.

Het emissieplafond binnen het EU ETS wijzigt niet als vergunningen worden ingetrokken; dit betekent dat er dan meer emissieruimte ontstaat voor andere bedrijven binnen het EU ETS. Aan de andere kant wijzigen de doelstellingen voor de non-ETSsector niet, waardoor er in die sector dus juist meer gereduceerd moet worden. Dus de ambitie om 21% emissiereductie in 2020 te bereiken ten opzichte van 2005 blijft overeind. Het verschil voor de individuele bedrijven is dat in het EU ETS elk bedrijf zijn eigen uitstoot afrekent, terwijl dit buiten het ETS niet het geval is.

Aanbevelingen

De NEa doet in het rapport een aantal aanbevelingen, waaronder een voorstel om het EU ETS eenvoudiger te maken door de administratieve lasten terug te brengen voor bedrijven die vanwege de aanwezigheid van back up-eenheden uit het ETS zijn gestapt.

Rapport

Het rapport is inmiddels aangeboden aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De aanbevelingen worden meegenomen bij de herziening van de regelgeving voor de 4e handelsperiode.