Nederlandse Emissieautoriteit doet aangifte

Tijdens een inspectie van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) zijn vermoedens ontstaan van een frauduleuze constructie rondom duurzame biobrandstof teneinde verhandelbare eenheden te creëren. De NEa doet bij een vermoeden van fraude altijd aangifte bij het Openbaar Ministerie (OM). Lopende het onderzoek van het OM kan NEa inhoudelijk geen mededelingen doen.

Daarnaast voert het OM samen met de Inlichtingen en Opsporingsdienst (IOD) van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een strafrechtelijk onderzoek uit naar internationale fraude met duurzame biodiesel. Aan de Kamer is daarover deze week door de ILT een signaalnotitie gestuurd waarin onder meer de zorg over het certificeringssysteem gedeeld wordt. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) werkt als autoriteit nauw samen met het OM en de IOD en levert haar kennis en expertise ten behoeve van het onderzoek.

De Nederlandse Emissieautoriteit is de uitvoeringsorganisatie en toezichthouder voor de systematiek Energie voor Vervoer. Om de hoeveelheid broeikasgasemissie te verminderen, zijn op Europees niveau afspraken gemaakt over het bevorderen van gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een Europese Verordening, de Renewable Energy Directive (RED). Hierin is onder meer bepaald dat in 2020 10% van de fossiele brandstof voor vervoersbestemmingen uit hernieuwbare bronnen, zoals afvalstoffen moet bestaan. Gebruikt frituurvet is in Nederland de meest gebruikte afvalstof om biodiesel uit te produceren. Bedrijven die dergelijke gecertificeerde duurzame biodiesel leveren aan het Nederlandse vervoer, kunnen dit inboeken in het Register Energie voor Vervoer van de NEa. Zij krijgen hier verhandelbare eenheden voor. Het totaal aan geregistreerde eenheden bepaalt in hoeverre Nederland heeft voldaan aan zijn Europese verplichting tot bijmenging.

Als onafhankelijke toezichthouder treedt de NEa op als er ten onrechte hernieuwbare energie wordt ingeboekt. De NEa herstelt deze inboekingen om de betrouwbaarheid en integriteit van de systematiek te waarborgen en legt daar waar nodig bestuurlijke sancties op. Bij het vermoeden van fraude is de NEa verplicht om aangifte te doen.