De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) publiceert de laatste Rapportage hernieuwbare energie voor vervoer van  de periode met hernieuwbare brandstofeenheden (HBE's). De cijfers over 2025 laten zien dat de verduurzaming van vervoer in Nederland verder doorzet. Bedrijven zijn er opnieuw in geslaagd om aan hun jaarlijkse verplichting te voldoen en het aantal inboekers van hernieuwbare energie groeit hard.

Elf jaar HBE-marktinstrument

De HBE-systematiek bestaat sinds 2015, toen de lancering van het Register Energie voor Vervoer (REV) plaatsvond. Wat begon als een overzichtelijk marktinstrument voor de inzet van biobrandstoffen, groeide uit tot een breed marktmechanisme. Steeds meer energiedragers, zoals HVO, biokerosine, waterstof en elektriciteit, en steeds meer sectoren deden hun intrede: zeevaart, binnenvaart en luchtvaart. Het marktinstrument bleek in de praktijk niet eenvoudig.

In de loop der jaren kwamen er meer regels, uitzonderingen en soorten HBE's bij om beleidsdoelen te halen, tegemoet te komen aan wensen uit het bedrijfsleven en misbruik tegen te gaan.

Beeld: © iStock / vitkievit

Het aantal bedrijven met een verplichting bleef de afgelopen elf jaar stabiel rond de 40. Het aantal bedrijven dat hernieuwbare energie levert en registreert groeide enorm. Van enkele tientallen naar meer dan driehonderd.

Het instrument is effectief gebleken. Diesel aan de pomp bestaat inmiddels gemiddeld voor 11,6% uit hernieuwbare brandstof, benzine voor 8,7%. De naleving van de jaarverplichting was in bijna alle jaren 100%.

Groei van elektrisch rijden

In 2025 zette een opvallende trend door: het aantal bedrijven dat hernieuwbare prestaties liet registreren steeg van 202 in 2024 naar 313 in 2025. Die groei komt vooral van bedrijven die hernieuwbare elektriciteit inboeken. Zij waren goed voor 277 van de 313 bedrijven en leverden 3,9% van alle ingeboekte hernieuwbare energie, een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor.

Afhankelijk van het buitenland

Nederland en Europa zijn ook voor vervangers van fossiele brandstoffen sterk afhankelijk van internationale leveringsketens. De grondstoffen voor biobrandstoffen komen vaak van ver, met name uit Azië (specifiek China, Maleisië en Indonesië).

De controle op deze lange ketens verloopt grotendeels via private certificeerders. De NEa houdt toezicht op een deel daarvan en zet zich in voor uniforme Europese regels die meer mogelijkheden bieden om in te grijpen bij fraude of andere ongewenste praktijken.

Wat verandert er in 2026

Vanaf 2026 verdwijnt het HBE-systeem definitief. Bedrijven krijgen te maken met de brandstoftransitieverplichting. Hierbij vindt de stimulans niet langer plaats op de hoeveelheid hernieuwbare energie, maar gaat het om de daadwerkelijke CO2-emissiereductie in de hele keten. Ook komen er voor het eerst aparte verplichtingen per sector: wegvervoer, binnenvaart en zeevaart. Luchtvaart maakt geen deel meer uit van het marktinstrument.

Voor de NEa heeft het nieuwe marktinstrument veel impact op haar toezicht. Prestaties van bedrijven worden straks vooral bepaald op basis van administratieve gegevens over emissiereductie in de aanvoerketens. Hierdoor worden robuuste en betrouwbare certificering en goede internationale samenwerking nog belangrijker.