Sinds 2026 publiceert de NEa uitgebreider emissiecijfers. Toegevoegd zijn de emissies die voortkomen uit de inzet van biomassa en de nieuwe brandstoffen RFBNBO’s, RCF’s en SLCFs (zie kader). Voor emissies die vrijkomen bij de verbranding van biomassa hoeven bedrijven geen emissierechten in te leveren als deze biomassa voldoet aan de voorwaarden voor duurzaamheid. De Europese regelgeving spreekt dan van een nultarief.

Europese eisen voor monitoring en rapportage

Vernieuwde Europese wetgeving stelt nieuwe, eenduidige eisen aan de monitoring en rapportage van de inzet van biomassa 1). Dit is vastgelegd in de Richtlijn hernieuwbare energie (RED ) en in de Monitorings- en Rapportage Verordening (MRV). Vanaf 2025 zijn ETS-bedrijven verplicht om naast fossiele brandstoffen ook de inzet van biomassa te rapporteren. Of deze nu wel of niet aan de RED-eisen voldoet en daarmee al dan niet recht gevend op een nultarief 2)

EU ETS stationair: Industrie en energieproducenten

Het ETS stationair ziet sinds 2005 toe op de CO2-uitstoot van de grote industrie en energieproducenten. Deze circa 350 installaties stootten in 2025 in totaal 64,6 megaton aan broeikasgassen uit waarover emissierechten moeten worden ingeleverd. Dit is iets minder dan de helft van de totale Nederlandse uitstoot die onder het ETS wordt gerapporteerd (in totaal 141,1 megaton waarvan 129,4 megaton zonder nultarief en 11,7 megaton met nultarief). Daarnaast is 5,1 megaton CO2 afkomstig van duurzame biogene oorsprong; zoals biomassa houtpellets (biomassa) en organisch afval (bij afvalverbrandingsinstallaties).

Uitstoot per sector per oorsprong (ton CO2)

Nea

Energieproductie en industrie

De energiesector is verantwoordelijk voor de meeste emissies uit biomassa binnen het Nederlandse EU ETS. Veelal (voormalige) kolencentrales als de Amercentrale (1,4 Mton CO2 uit biomassa).  Dit is een energiecentrale die sinds 2025 geen kolen meer mag verbranden en nu voornamelijk biomassa verbruikt. Ook twee van de andere drie nog bestaande kolencentrales zetten significante hoeveelheden duurzame biomassa in, goed voor 20%-25% van hun uitstoot.

In de industrie zien we de inzet van duurzame biomassa vooral bij papier-, voedsel- en drankproducenten; sectoren die al biomassa gebruiken als grondstof in hun productieketen. Zij zetten vooral hun eigen producten of grondstoffen/reststoffen in als biomassa. In de papierindustrie is meer dan een kwart van de totale emissies van duurzame biogene oorsprong (0,23 Mton CO2 van de 0,82 Mton CO2). De inzet van duurzame biomassa is marginaal bij de drie meest uitstotende subsectoren in de industrie: chemie, aardolieraffinage en metaalproductie.

Afvalverbranding

Afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) hebben in totaal voor meer dan 4,6 Mton gerapporteerd in de categorie duurzame biomassa. Het gaat hierbij vrijwel uitsluitend om het gemeentelijk afval dat zij verbranden. De AVI’s hoeven overigens voor hun fossiele uitstoot nog geen emissierechten in te leveren; zij rapporteren alleen volgens dezelfde regels als het EU ETS over hun emissies. Wel vallen zij onder de CO2-heffing.

EU ETS Luchtvaart

De 16 luchtvaartmaatschappijen die aan Nederland als administrerende lidstaat zijn toegewezen hebben een monitorings- en rapportageplicht onder het EU ETS sinds 2012. Hierbij gaat het met name om het commerciële luchtverkeer binnen de European Economische Ruimte (EER); de EU en een aantal omringende landen.

ETS Luchtvaart

Emissies 2025 in ton CO2

NEa

De maatschappijen rapporteerden over 2025 een hoeveelheid van ruim 252.000 ton aan biogene CO2-emissies. Dit aandeel is goed voor ruim 7% van de totale CO2-uitstoot van de luchtvaartmaatschappijen die onder toezicht van de NEa vallen. Alle biomassa in de luchtvaart is SAF (sustainable aviation fuel).

Het relatief hoge aandeel van SAF in de luchtvaart ten opzichte van andere sectoren kan worden verklaard door een samenloop van factoren. In 2025 kon dezelfde hoeveelheid SAF binnen verschillende regelingen worden opgevoerd als duurzaam alternatief. Door deze vorm van 'parallel claimen', kwamen zowel de brandstofleverancier als de luchtvaartmaatschappij (de eindgebruiker) in aanmerking voor financiële voordelen:

  • Luchtvaartmaatschappijen konden een nul-emissieclaim indienen over de gerapporteerde biobrandstoffen. Hierdoor hoefden zij voor deze vluchten geen emissierechten in te leveren.
  • Brandstofleveranciers konden Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s) ontvangen voor de levering van SAF. Net als in de jaren ervoor maakte dit de inzet van biobrandstoffen in de luchtvaart extra financieel aantrekkelijk voor de leverancier. Dit specifieke inboekvoordeel is vanaf 2026 komen te vervallen.
  • Ten derde konden luchtvaartmaatschappijen ook aanspraak maken op gratis emissierechten voor de inzet van SAF.  Deze zogenaamde Fuels Eligible for ETS (FEETS) support helpt het prijsverschil tussen de brandstoffen (goedkopere kerosine versus het duurdere SAF) te compenseren. In totaal zijn hiervoor 20 miljoen emissierechten gereserveerd.

Een laatste verklaring komt voort uit de inwerkingtreding van de ReFuelEU Aviation in 2025. Deze nieuwe Europese bijmengverplichting verplicht brandstofleveranciers om een minimumpercentage van 2% duurzame brandstof te leveren.

EU ETS Zeevaart

De sector Zeevaart betreft ongeveer 1700 schepen van zo’n 400 verschillende maatschappijen, zowel Nederlandse maatschappijen, als maatschappijen van buiten de EU. Zij rapporteren de CO2-uitstoot over de afgelegde afstand binnen de EU en de helft van de afstand van en naar de EU. Omdat 2025 pas het tweede jaar is dat de zeevaart aan het EU ETS deelneemt, hoeven de maatschappijen maar over 70% van hun uitstoot emissierechten in te leveren. Zo wordt het systeem geleidelijk ingefaseerd.

De totale fossiele uitstoot bedraagt 7,1 miljoen ton CO2. Daarbovenop is 0,15 miljoen ton CO2, zo’n 2% van de totale uitstoot, aan nul-emissies gerapporteerd; emissies afkomstig van duurzame biobrandstoffen. Het gebruik van biomassa zal in de komende jaren naar verwachting toenemen als gevolg van de verplichte verlaging van de broeikasgasintensiteit van energie vanuit de FuelEU Maritime-verordening.

ETS Zeevaart

NEa

Aandeel nultarief emissies 2025, uitgedrukt in percentage CO2eq. Hierbij is 100% de totale fossiele uitstoot plus nultarief biobrandstoffen.

De monitoringsvereisten van zeevaart zijn minder uitgebreid dan voor andere sectoren binnen het EU ETS. Er wordt in de rapportagevorm geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van brandstoffen met nultarief. Ook worden er geen biobrandstoffen zonder nultarief gerapporteerd.

EU ETS-2: aardgas- en vloeibare-brandstofleveranciers

De rapportageplicht over emissies van de gebouwde omgeving en transport, kortweg ETS-2, is in 2024 gestart. Om de administratieve lasten te beperken, ligt de verplichting niet bij de eindgebruikers maar bij de ongeveer 200 brandstofleveranciers.

ETS-2 (kleine industrie, gebouwen en vervoer)

NEa

Binnen ETS-2 (emissies uit gebouwde omgeving en transport) komt 1,5 megaton CO₂ voort uit biomassa (2,6% van de totale uitstoot). Deze emissies ontstaan vrijwel volledig door de bijmenging van biobrandstoffen in benzine en diesel.


In de aardgassector is bijna geen duurzame biomassa ingezet. Daar bestaan wel mogelijkheden toe, bijvoorbeeld door de inzet van “groen gas garanties van oorsprong” (GVO)

Meer informatie

Gedetailleerder informatie als de emissiecijfers per installatie of maatschappij vindt u op de publicatieplagina van deze website.

1) De term biomassa wordt zowel gebruikt als overkoepelende term voor zowel vaste, vloeibare biomassa (ook wel biobrandstoffen) en gasvormige als ook voor alleen vaste.

2) Uitgezonderd EU ETS Maritime (Zeevaart) waar beperkter monitoringeisen gelden. Hier worden alleen de duurzame brandstoffen apart gemonitord.