Uit de recent gepubliceerde cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) over 2025 blijkt dat 8,3% van de CO₂-uitstoot van de in Nederland rapporterende EU ETS bedrijven afkomstig is uit duurzame biomassa. De afgelopen maanden publiceerde de NEa de gegevens over de fossiele uitstoot van de sectoren die onder het EU ETS vallen.  Nu de emissiecijfers door de uitbreiding van het EU ETS voor steeds meer sectoren beschikbaar zijn, heeft de NEa besloten ook de cijfers over het gebruik van duurzame biomassa jaarlijks te publiceren. De NEa reageert hiermee ook op de groeiende maatschappelijke belangstelling voor de inzet van duurzame biomassa als middel om fossiele CO2-uitstoot te reduceren.

Beeld: © NEa / NEa/Istock

Met de recente uitbreidingen van het emissiehandelssysteem en bijbehorende monitoringsvereisten, kan de NEa een breed overzicht geven over de inzet van biomassa voor een groot deel van de Nederlandse economie en de verschillen tussen sectoren.  Biomassa die voldoet aan de Europese duurzaamheidseisen wordt binnen het EU ETS voor het nultarief aangemerkt. Over de uitstoot hoeven dan geen emissierechten te worden ingeleverd.

Een groot verschil tussen sectoren

CO2-emissies (Miljoen ton)

Nea

Grote verschillen tussen sectoren

De meeste duurzame biomassa wordt ingezet in de energiesector, vooral in (voormalige) kolencentrales. In 2025 ging dat om 4,5 miljoen ton CO2 van de bijna 31 miljoen ton CO2 die hier werd uitgestoten. In de industrie is het gebruik van duurzame biomassa beperkt, zeker in de chemie en olieraffinage. In de overige industrie komt de duurzame uitstoot met name uit sectoren die biomassa al inzetten als grondstof, zoals papier- en voedselproducenten. Ook de afvalverbrandings­installaties rapporteren veel uitstoot uit duurzame biomassa (4,6 miljoen ton CO2), omdat huisvuil voor een groot deel uit biomassa bestaat.

In de luchtvaart was de inzet van duurzame biomassa in 2025 goed voor zo’n 0,25 miljoen ton CO2 van de 3,2 miljoen ton CO2. Dankzij verschillende elkaar versterkende regelingen was het vorig jaar extra aantrekkelijk om duurzame brandstof in te zetten. En dat gebeurde dan ook. In de zeevaart werd circa 150.000 ton CO2 gerapporteerd. De bedrijven die vallen onder het ETS-2 dat de geleverde brandstoffen aan de kleine industrie, gebouwen (met name aardgas) en vervoer in Nederland (met name vloeibare brandstoffen) omvat rapporteren 1,5 miljoen ton CO2-uitstoot uit duurzame biomassa.

Een groeiend EU ETS

Lang waren energie en industrie de enige sectoren die te maken hadden met CO₂-beprijzing onder het EU ETS. Vanuit de Europese Green Deal worden echter steeds meer sectoren hiervan onderdeel.  Het stapsgewijze karakter van de invoering maakt echter ook dat niet alle sectoren waarover de NEa rapporteert al op een identieke wijze te maken hebben met het marktinstrument dat ten grondslag ligt aan dat EU ETS.

Zo geldt voor de zeevaart in 2025 een inleverplicht voor 70% van de uitstoot, omdat deze sector pas voor het tweede jaar deelneemt aan het EU ETS. Deze 70% groeit in 2026 naar 100% en dan zullen bedrijven in deze sector emissierechten moeten inleveren voor hun volledige fossiele uitstoot.

Voor bedrijven onder het ETS-2, geldt nog geen inleverplicht. Deze treedt pas in 2028 in werking. Er geldt echter al wel een verplichting om de CO2-emissies te monitoren en rapporteren inclusief de inzet van biomassa, al dan niet duurzaam volgens de eisen van de RED.

De afvalverbrandingssector rapporteert eveneens onder het EU ETS, zonder nog rechten te hoeven inleveren. Wel valt de afvalverbrandingssector onder de nationale CO2-heffing. Voor de herziening van de ETS-richtlijn voor de periode na 2030 ligt nu een voorstel op tafel om ook voor deze sector per 2031 een inleverplicht in te voeren voor hun niet-duurzame uitstoot. De uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties is voor meer dan 60% afkomstig uit duurzame biomassa vanwege de samenstelling van het stedelijk afval dat zij verbranden.

Maatschappelijk debat

De wenselijkheid van het gebruik van biomassa als brandstof, de duurzaamheidscriteria en de methoden om te bepalen of biomassa aan deze criteria voldoet zijn onderwerp van maatschappelijk debat. Met deze nieuwe publicatie van het aandeel emissies uit duurzame biomassa binnen de sectoren onder het Europese Emissiehandelssysteem wil de NEa graag een verdere bijdrage leveren aan een open en goed onderbouwde discussie, zoals de NEa eerder deed met bijvoorbeeld de Rapportage Energie voor Vervoer en de toelichting op de wijze waarop toezicht wordt gehouden op de duurzaamheid van de ingezette biomassa. Nu de monitoring van emissies in nieuwe EU ETS-sectoren zoals zeevaart, gebouwde omgeving en transport verplicht is geworden, kan de NEa een breder beeld schetsen.

Deze cijfers helpen om de ontwikkelingen in de inzet van biomassa in Nederland duidelijk in beeld te brengen. Hierbij hanteren we, in lijn met de EU ETS regelgeving, de wettelijk vastgelegde definitie voor de duurzaamheid van biomassa, zoals vastgelegd in de Europese RED III-regelgeving.

Een nadere analyse van de cijfers en de specifieke bijzonderheden van de genoemde sectoren vindt u  elders op deze website .