Dispensatierechten

Een deel van de jaarlijkse CO2-uitstoot van de installaties wordt vrijgesteld van de CO2-heffing. De vrijgestelde uitstoot wordt uitgedrukt in dispensatierechten (DPR's). Op deze pagina vindt u meer informatie over hoe het aantal DPR's berekend moet worden en welke factoren invloed hebben op het aantal DPR's waar uw installatie recht op heeft. 

Berekening aantal dispensatierechten

Bij de berekening van de hoeveelheid dispensatierechten (DPR’s) waar een installatie recht op heeft wordt sterk geleund op het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS). De berekening en storting van DPR’s vindt namelijk op een gelijke manier plaats als de manier waarop gratis emissierechten binnen het ETS worden toegekend aan installaties.

De hoeveelheid DPR’s waar een installatie recht op heeft wordt bepaald door:

  • EU ETS-benchmarks
  • De productie (activiteitsniveau)
  • De jaarlijkse nationale reductiefactor

Gedetailleerde informatie over de systematiek voor toewijzing van gratis emissierechten in het EU ETS is hier te vinden.

Dat er sterk geleund wordt op het ETS betekent dat voor het aantal DPR’s ook wordt gerekend met de productbenchmarks en de terugvalopties als er geen productbenchmark beschikbaar is: de warmtebenchmark, de brandstofbenchmark en procesemissies.

De indeling van de installatie in subinstallaties binnen het ETS is daarom ook relevant voor het aantal DPR’s. Vrijwel alle algemene en bijzondere rekenregels die zijn vastgesteld in de verordening voor gratis toewijzing, worden ook gehanteerd voor het berekenen van DPR’s. 

Belangrijkste verschillen berekening emissierechten en dispensatierechten

Afwijkende rekenregels:

  • Binnen het ETS krijgen sectoren die niet Carbon-Leakage gevoelig zijn minder gratis rechten toegewezen dan sectoren die wel Carbon-Leakage gevoelig zijn. Dat onderscheid wordt niet gemaakt bij de berekening van DPR’s. De activiteitsniveaus van niet Carbon-Leakage gevoelige en wel Carbon-Leakage gevoelige subinstallaties worden per benchmark samengenomen.
  • Voor productbenchmarks wordt het aantal te verkrijgen DPR's berekend op basis van het actuele activiteitsniveau.
  • In het ETS wordt de toewijzing van gratis rechten vooraf vastgesteld en worden de rechten in februari van dat jaar gestort. Voor de CO2-heffing wordt het aantal DPR's berekend na afloop van het belastingjaar en gestort in het jaar na het belastingjaar.
  • Er worden geen DPR's berekend voor export van warmte naar stadsverwarming.
  • Er worden wel DPR's berekend voor productie van warmte met elektriciteit. In het ETS wordt die warmte niet meegenomen.
  • Bij de start in 2021 en 2022 worden deels afwijkende benchmarkwaarden gebruikt.
  • Voor het aantal dispensatierechten wordt een nationale reductiefactor gehanteerd die afneemt gedurende de periode 2021-2030. De lineaire reductiefactor van het ETS of de eventuele transsectorale uniforme correctiefactor van het ETS zijn niet van toepassing voor de berekening van de DPR’s.

Berekening dispensatierechten

De algemene formule voor het berekenen van DPR’s is hieronder weergegeven. ETS-installaties met een gratis toewijzing hebben een datarapport ingediend bij de aanvraag van emissierechten en moeten vanaf 2021 jaarlijks een activiteitsverslag indienen en een verslag met een berekening van het aantal DPR's. Voor deze ETS-installaties is de berekening als volgt:

Het activiteitsniveau

Afhankelijk van de benchmark, is het activiteitsniveau gedefinieerd als:

  • Productbenchmark: de productie van een product met een benchmark (meestal in ton product/jaar)
  • Warmtebenchmarks: de warmteconsumptie voor productie van een product of export naar niet-ETS installaties.
  • Brandstofbenchmark: de brandstofconsumptie voor productie van een product
  • Procesemissies: de CO2-emissies voor productie van een product

Het historisch activiteitsniveau is het gemiddelde niveau over de jaren 2014-2018 zoals gerapporteerd in het datarapport en dat is gebruikt bij de initiële toewijzing van gratis emissierechten. Het actuele activiteitsniveau is het niveau in het betreffende belastingjaar zoals gerapporteerd in het verslag over het activiteitsniveau. Voor productbenchmarks wordt het actuele activiteitsniveau gebruikt om het aantal DPR’s over dat belastingjaar te berekenen.

Voor niet ETS-installaties onder de heffing is de procesemissies-benadering van toepassing.

In dit stroomschema is weergegeven welk activiteitsniveau genomen dient te worden voor de berekening.

Daarbij gelden nog de volgende bijzonderheden:

  • De activiteitsniveaus voor wel Carbon-Leakage gevoelige en niet Carbon-Leakage gevoelige installaties worden samengenomen per benchmark.
  • Voor de benchmarks waar de inzet van brandstof en elektriciteit als uitwisselbaar is aangemerkt, wordt de correctiefactor voor uitwisselbaarheid niet jaarlijks aangepast. Deze factor wordt tot en met 2030 bevroren op het niveau van 2014-2018.
  • De warmte opgewekt met elektriciteit en gebruikt voor de productie van producten of export naar niet-ETS mag voor DPR’s worden opgeteld bij het activiteitsniveau van de warmtebenchmark subinstallatie.

Energie en CO2-efficiency

In het schema is aangegeven dat het aantal DPR’s voor de warmte-, en brandstofbenchmark en procesemissies wordt berekend met behulp van het actuele activiteitsniveau als dit meer dan 15% verschilt van het historisch activiteitsniveau. Dit is niet van toepassing als dit verschil is veroorzaakt door:

  • Een stijging (of daling) van de energie-efficiency met meer dan 15%.
  • Bij de warmte en brandstof benchmark kan een verhoging of verlaging van de energie-efficiency een rol spelen bij het beoordelen of het historische of het actueel activiteitsniveau wordt genomen. Een daling of stijging van de energie-efficiency wordt beoordeeld op basis van de gemiddelde energie-efficiency van de producten (TJ per ton product). De efficiency wordt daarbij bepaald voor elk product met een aparte prodcom-code. De efficiency wordt op dezelfde wijze beoordeeld als in het ETS. Meer informatie daarover is te vinden in EU ETS guidance 7, paragraaf 6.1.
  • Een stijging of daling van de CO2-efficiency.
  • Bij de procesemissies kan een verhoging of verlaging van de CO2-efficiency een rol spelen bij het beoordelen of het historisch of actueel activiteitsniveau wordt genomen. Een daling of stijging van de CO2-efficiency wordt beoordeeld op basis van de gemiddelde CO2-uitstoot per eenheid product. De efficiency wordt daarbij bepaald voor elk product met een aparte prodcom-code. Bij een afvalverbrandingsinstallatie wordt dit afgemeten aan de totale hoeveelheid verbrand afval.

Benchmarkwaarden

Voor de CO2-heffing wordt gebruik gemaakt van de ETS benchmarkwaarden voor 2013-2020, aangescherpt met 0,2% per jaar. Deze aanpassing wordt toegepast voor een periode van 15 jaar, de jaren 2008 tot en met 2022. Per saldo leidt dit tot een verlaging van 3% van elke benchmarkwaarde.

In 2021 gaat de 4e handelsperiode in het ETS van start. In verband hiermee zal de Europese Commissie nieuwe, aangescherpte benchmarkwaarden vaststellen voor het ETS. De minimale aanscherping is 0,2% per jaar en de maximale is 1,6% per jaar. Omdat de nieuwe benchmarkwaarden pas in de loop van 2021 bekend zullen zijn, wordt voor de heffing aangesloten bij de minimale aanscherping in het ETS (-0,2% per jaar). Vanaf 2023 zullen de benchmarkwaarden van het ETS ook voor de heffing worden toegepast.

De benchmarkwaarden voor de CO2 heffing zoals die van toepassing zijn voor de jaren 2021-2002 vindt u hier.

Nationale reductiefactor

De reductiefactor zorgt ervoor dat de hoeveelheid vrijgestelde uitstoot ieder jaar afneemt om in 2030 uit te komen op een niveau waarmee het doel van 14,3 Mton CO2-reductie gehaald wordt. Er wordt gebruik gemaakt van één uniforme reductiefactor, voor alle installaties en sectoren wordt dus dezelfde reductiefactor gehanteerd. De huidige reductiefactor is gebaseerd op de huidige benchmarks die met een aanpassing van -3% voor de heffing gelden. In de komende jaren zullen de ETS benchmarks die voor de heffing worden gebruikt worden aangepast, de reductiefactor zal dan opnieuw vastgesteld worden zodat het de totale vrijstelling in 2030 gelijk is aan absolute doelstelling in 2030.

©NEa