Op deze pagina leest u hoe ingebedde emissies van CBAM-goederen op basis van werkelijke gegevens worden vastgesteld, gerapporteerd en geverifieerd voor de CBAM-aangifte.

De toegelaten CBAM-aangever rapporteert in de CBAM-aangifte over de CO2 die is uitgestoten bij de productie van ingevoerde goederen. Dit noemen we de ingebedde emissies van CBAM-goederen.

Kiest de CBAM-aangever voor werkelijke gegevens, dan baseert hij zich op een geverifieerd emissieverslag van de exploitant van de productie-installatie. De regels voor de berekening van ingebedde emissies staan in de Verordening (EU) 2023/956 en de bijbehorende uitvoeringsverordening (EU) 2025/2547.

Belangrijke begrippen

Directe en indirecte emissies

Voor de CBAM-goederen gietijzer, ijzer en staal, aluminium en waterstof én hun precursoren moeten alleen de directe emissies in de CBAM-aangifte staan.

Voor de CBAM-goederen cement, meststoffen en hun precursoren moeten de directe en de indirecte emissies van de productie ervan worden aangegeven.

Hoe komen de emissiegegevens tot stand?

Bij gebruik van werkelijke emissies levert de exploitant van de productie-installatie de emissiegegevens aan. De exploitant levert deze gegevens aan via een samenvatting van het emissieverslag per kalenderjaar (beknopte emissieverslag). Dit verslag volgt het model uit bijlage IV van de verordening en bevat voorgeschreven gegevenselementen. Een overzicht van deze elementen staat samengevat in het beknopte emissieverslag.

De exploitant stelt een monitoringsplan op waarin hij beschrijft hoe hij de gegevens bepaalt. Na afloop van een kalenderjaar stelt de exploitant op basis van het monitoringsplan een volledig emissieverslag op en laat dit verifiëren door een geaccrediteerd verificateur. Ook het volledige emissieverslag volgt een vastgesteld model. Het volledige verslag bevat detailinformatie voor verificatie. De CBAM-aangever gebruikt het beknopte emissieverslag voor de aangifte.

De toegelaten CBAM-aangever zorgt ervoor dat de exploitant op tijd een beknopt emissieverslag opstelt en een verificatieverslag beschikbaar maakt.

Registratie van exploitanten in het CBAM-register

Exploitanten van installaties in derde landen kunnen zich registreren in het CBAM-register via de Europese Commissie. Na registratie plaatsen zij hun emissieverslagen en verificatieverslagen in het register. De CBAM-aangever in de EU kan deze emissiegegevens vervolgens rechtstreeks overnemen in de CBAM-aangifte.

Op de website van de Europese Commissie staat informatie over de registratieprocedure.

Registreert de exploitant zich niet in het CBAM-register, dan neemt de CBAM-aangever de gegevens over uit het ontvangen emissieverslag en verificatieverslag. Welke aanvullende informatie dan bij de CBAM-aangifte moet worden gevoegd, volgt nog in nadere regels.

Verslagperiode

Het emissieverslag van de exploitant heeft altijd betrekking op een kalenderjaar.De exploitant stelt per kalenderjaar een emissieverslag op. Ingebedde emissies kunnen namelijk per jaar verschillen, bijvoorbeeld door wijzigingen in brandstoffen of grondstoffen.

De CBAM-aangever bepaalt uit welke verslagperiode de gegevens worden overgenomen in de CBAM-aangifte. Zijn de ingevoerde CBAM-goederen in verschillende jaren geproduceerd, dan kan de aangifte gegevens uit meerdere verslagperioden bevatten.

Uitgangspunt: de verslagperiode is gelijk aan het kalenderjaar van invoer. Beschikt de CBAM-aangever over voldoende bewijs van het werkelijke productiejaar, dan kan een andere verslagperiode worden gebruikt.

Voor CBAM-goederen die in 2026 worden ingevoerd geldt ook altijd verslagperiode 2026. Voor goederen die na 2026 worden ingevoerd kan een verslagperiode een ander kalenderjaar zijn dan het jaar van invoer. Maar de verslagperiode kan in dat geval nooit voor 2026 liggen.

Welke emissies tellen mee in de berekening?

Eenvoudige en samengestelde goederen

De CBAM-verordening onderscheidt eenvoudige goederen en samengestelde goederen bij de vaststelling van ingebedde emissies.

  • Eenvoudige goederen bevatten alleen inputmaterialen die geen CBAM-goederen zijn. De ingebedde emissies zijn in dit geval vaak afkomstig van één productie-installatie.
  • Samengestelde goederen bevatten inputmaterialen (precursoren) die zelf ook CBAM-goederen zijn. De ingebedde emissies van inputmaterialen (precursoren) tellen mee bij de ingebedde emissies van de ingevoerde CBAM-goederen. Het maakt daarbij geen verschil of de precursoren in dezelfde installatie zijn geproduceerd of zijn ingekocht.

In het emissieverslag van een samengesteld goed wordt de totale specifiek ingebedde emissie van dat goed gerapporteerd, inclusief de precursoren.

De exploitant moet in het emissieverslag dus ook de emissies meerekenen van de grondstoffen (precursoren) die onder CBAM vallen. Het is de verantwoordelijkheid van de exploitant om (geverifieerde) gegevens te verzamelen van zijn toeleveranciers. De exploitant moet zich daarbij baseren op een geverifieerd verslag van de toeleverancier dat aan dezelfde eisen voldoet.

Systeemgrenzen

De systeemgrens bepaalt welke emissies in een installatie meetellen bij de berekening van ingebedde emissies.

Elk CBAM-goed is ingedeeld in een geaggregeerde goederen categorie (bijlage I, tabel 1 van de verordening). Per categorie beschrijft bijlage I, hoofdstuk 3 welke productieprocessen onder de CBAM-rapportage vallen.

Welke regels gelden voor het emissieverslag?

Regels voor het emissieverslag van de exploitant

De regels voor het vaststellen van emissies zijn technisch en uitgebreid. Specialistische kennis van productieprocessen en emissiemonitoring is daarbij vereist. De verantwoordelijkheid voor de juiste toepassing ligt bij de exploitant van de installatie.

De CBAM-aangever past deze regels dus niet zelf toe. De aangever baseert zich op het door de exploitant opgestelde emissieverslag en de verificatieverklaring. De verantwoordelijkheid voor een juiste en volledige CBAM-aangifte blijft wel bij de CBAM-aangever.

De Europese Commissie informeert exploitanten in derde landen over de verplichtingen die uit de verordening voortvloeien. De exploitanten moeten deze regels vervolgens juist toepassen om zeker te stellen dat het emissieverslag positief geverifieerd kan worden.

De verordening voor de berekening van ingebedde emissies bevat gedetailleerde voorschriften voor de wijze waarop de exploitant de specifieke ingebedde emissies van CBAM-goederen vaststelt. De verordening bepaalt ook hoe productieprocessen moeten worden geïdentificeerd en ingedeeld naar de verschillende CBAM-goederen. Daarnaast gelden speciale voorwaarden voor het vaststellen van de emissies van elektriciteit met standaardwaarden of werkelijke waarden.

Specifieke ingebedde emissies worden berekend met de emissies van het productieproces en met de hoeveelheid geproduceerde goederen. Voor samengestelde goederen worden de ingebedde emissies van de precursoren meegerekend.

Bijlagen bij de verordening

De bijlagen bij de verordening bevatten de technische regels voor de monitoring en berekening van ingebedde emissies op installatieniveau.