Let op! Informatie op deze pagina is alleen relevant voor de ERE-systematiek. Klik op onderstaande knop om naar de HBE-systematiek te gaan. 

Naar HBE systematiek (RED II)

De wet- en regelgeving ‘Hernieuwbare energie vervoer’ heeft als doel om de Europese verduurzamingsdoelen voor de vervoerssector (Richtlijn hernieuwbare energie – RED3) en de klimaatambities voor vervoer uit het Nederlandse Klimaatakkoord te verwezenlijken.

Hiertoe bevat de wet- en regelgeving Hernieuwbare energie vervoer de zogenaamde brandstoftransitieverplichting voor brandstofleveranciers. De brandstoftransitieverplichting (BTV) houdt in dat brandstofleveranciers de broeikasgasuitstoot van de door hun geleverde brandstoffen jaarlijks met een bepaald percentage moeten verminderen. Brandstofleveranciers met een verplichting moeten daartoe ieder jaar:

  1. Vóór 1 maart: brandstofleveringen uit het voorgaande kalenderjaar registreren in het Register Energie Vervoer (REV) van de NEa. 
    Het REV stelt vervolgens vast hoe hoog de verplichting voor dat jaar is; deze verplichting wordt uitgedrukt in emissiereductie-eenheden (ERE’s), waarbij één ERE overeenkomt met een vermindering van 1 kg CO₂-uitstoot.
  2. Vóór 1 april: voldoende ERE’s op rekening in het REV hebben staan om aan de verplichting te  voldoen.
    Bedrijven kunnen ERE’s verkrijgen door hernieuwbare energie te leveren en deze leveringen in het REV in te boeken om ERE’s te creëren, of door ERE’s te kopen van andere bedrijven. Het aantal ERE’s dat nodig is om aan de verplichting te voldoen, wordt ieder jaar op 1 april van de rekening in het REV afgeschreven, waarbij een beperkt deel kan worden gespaard.

Emissiereductie-eenheden (ERE's)

ERE’s zijn verhandelbare eenheden. Dit betekent dat de brandstoftransitieverplichting geen bijmengverplichting is: bedrijven met een verplichting zijn niet verplicht zelf biobrandstoffen bij te mengen om hun emissies te verminderen en zo de benodigde ERE’s te verkrijgen. Zij kunnen er ook voor kiezen om ERE’s te kopen van anderen. Een brandstofleverancier moet zelf afwegen wat voor hem de beste keuze is.

De brandstoftransitieverplichting is sectorgebonden. Bovenstaande handelingen moeten daarom uitgevoerd worden per sector waar brandstofleveranciers een verplichting voor hebben.

Brandstofverplichting per sector

De verplichting voor brandstofleveranciers is van toepassing op bedrijven die brandstof leveren aan de sectoren:

  • land (wegvoertuigen, spoorvoertuigen, mobiele machines en vaste installaties);
  • binnenvaart (binnenschepen); en
  • zeevaart (zeeschepen).

Als een bedrijf aan een van de bovenstaande sectoren in een jaar 500.000L brandstof of meer levert, heeft hij voor dat jaar te maken met een verplichting voor die sector. Deze ondergrens van 500.000L geldt per sector. Dit betekent dat sommige brandstofleveranciers te maken hebben met verplichtingen voor meerdere sectoren.

De inrichting en invulling van de brandstoftransitieverplichting verschilt per sector. Gedetailleerde, sectorspecifieke informatie en instructies vindt u op de daarvoor bestemde webpagina’s die bovenaan dit artikel genoemd worden.