Bedrijven die gecomprimeerd aardgas (CNG) leveren aan vervoer in Nederland kunnen deze leveringen inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). Wanneer ze met een Garantie van Oorsprong (GvO) kunnen aantonen dat er minstens evenveel duurzaam groen gas in het gasnet is ingevoed, krijgen ze voor de bijbehorende ketenemissiereductie Emissiereductie-eenheden (ERE’s).
Levering groen gas
ERE’s worden alleen aangemaakt als de levering van CNG (uit het aardgasnet) of biogas (uit een directe lijn) gedekt is door Garanties van Oorsprong (GvO’s) van VertiCer. Deze GvO’s bewijzen dat er groen gas in het gasnet of de directe lijn is ingevoed. Voorafgaand aan de inboeking in het REV moeten de GvO’s op de NEa-rekening in het register van VertiCer staan.
Inboekvoorwaarden
1. Duurzaamheid en emissiereductie
De duurzaamheid van het groen gas wordt geborgd doordat de productie-installatie gecertificeerd is volgens een Europees erkend duurzaamheidssysteem. Hiervoor controleert een auditor die namens een Europees erkend duurzaamheidsschema werkt of er voldaan wordt aan de geldende duurzaamheidseisen. Om het gas te mogen inboeken moet daarnaast ook de ketenemissie minstens 60% lager zijn dan de fossiele referentiewaarde van 94 g CO2/MJ. Voor installaties die op of na 1 januari 2021 zijn gestart, is de eis minimaal 65% reductie.
Bij het inboeken van gasvormige biobrandstof vormen de GvO’s (in de vorm van VertiCercertificaten) het bewijs van duurzaamheid. Met de juiste GvO’s kunnen inboekers aantonen dat de locatie waar de gasproductie plaatsvond, is gecertificeerd door een erkend duurzaamheidssysteem. Op de GvO’s zijn de duurzaamheidsgegevens te vinden waaronder de ketenemissies. Bij het inboeken moeten bedrijven de duurzaamheidskenmerken van het geproduceerde groene gas van de GvO overnemen.
Zie ook Duurzaamheid biobrandstoffen.
2. Geen SDE-subsidie
Wanneer er SDE-subsidie (exploitatiesubsidie voor de opwek van duurzame energie) is ontvangen voor de productie van het ingevoede biogas, mag dit niet worden gebruikt bij een inboeking. Of er subsidie is verstrekt, staat op de GvO.
3. Aansluitingen op het gasnet
De leveringen aan vervoer moeten plaatsvinden via een exclusief daarvoor bestemde aansluiting op het gasnet. Als er geen sprake is van een aansluiting die exclusief voor vervoer bestemd is, worden er extra eisen gesteld aan het bemeterde leverpunt. In dat geval dient het te beschikken over een MID-certificaat. MID is een gangbare Europese standaard, in Nederland geïmplementeerd in de Metrologiewet.
Directe lijnen
Ook leveringen via een directe lijn kunnen worden ingeboekt. Een directe lijn is een leiding van de productie-installatie naar een laadpunt voor vervoer, zonder koppeling aan het gasnet. Bedrijven boeken de hoeveelheid gasvormige biobrandstof (kg) in zoals gemeten door een of meerdere bemeterde leverpunten.
3. Nederlands groen gas
Alleen groen gas dat in Nederland geproduceerd is, mag ingeboekt worden. Het land van productie van het gas staat op de GvO.
Inboeken
De levering van gas via het gastransportnet of een directe lijn aan vervoer, leidt na inboeking tot ERE’s voor zover die levering is vergroend door GvO’s. Hierbij geldt dat de energie-inhoud van de levering van CNG even groot of groter moet zijn dan de gebruikte GvO (bruto hoeveelheid gas). Hierbij wordt uitgegaan van een energie-inhoud van CNG van 42,20 MJ/kg.
Samen met de omvang van de GvO bepaalt de emissiefactor op de GvO hoe groot de ketenemissiereductie is en daarmee hoeveel ERE’s een bedrijf bijgeschreven krijgt op rekening na inboeking. Het soort ERE’s volgt uit de gebruikte grondstof.
Grondstoffen
Het soort ERE dat de inboeker krijgt, hangt af van de grondstof op de GvO. Hierover staat meer op deze pagina op de website. De lijst met grondstoffen die nu in het REV staan en gebruikt kunnen worden staat hier. Omdat de NTA8003-grondstoffenlijst die voor GvO’s gebuikt wordt, niet goed aansluit op de ERE-regelgeving, staat op de website een indicatieve lijst met grondstofbeoordelingen.
Aantal ERE's
Het aantal ERE’s wordt bepaald op basis van de energie-inhoud (MWh) en de ketenemissie (g/MJ) op de GvO:
|
Aantal ERE = omvang GvO (MWh) * (3600/35,17) * (31,65) * (94 - Emissie op GvO) / 1000 |
Wanneer het groen gas geproduceerd is uit categorie 3 dierlijk vet, geldt een vermenigvuldigingsfactor van 0,5.