Omdat het proces van wet- en regelgeving nog loopt, is de informatie op deze pagina niet definitief. Dit betekent dat de regelgeving die straks inwerking treedt kan afwijken van de informatie op deze pagina’s. De huidige webpagina's zijn gebaseerd op de informatie zoals die bij de NEa bekend is. De NEa probeert deze informatie zo actueel mogelijk te houden.

Brandstofleveranciers hebben vanaf 2026 te maken met een RFNBO-sub verplichting. Dit betekent dat ze een minimaal aantal reductie eenheden afkomstig uit RFNBO’s (renewable fuels of non-biological origin)  moeten hebben. Deze sub verplichting kan ingevuld worden met ERE-RFNBO (ERE-R)en, tot een bepaalde mate, met RaffinageReductie-Eenheden (RARE's).

Eén RARE vertegenwoordigt één kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie. Raffinaderijen in Nederland die gecertificeerde RFNBO gebruiken als tussenproduct voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of biobrandstof komen onder bepaalde voorwaarde in aanmerking om deze RFNBO in te boeken in het Register Energie voor Vervoer (register) en hier RARE's voor te verkrijgen. 

Op deze pagina vindt u uitleg over de inboekvoorwaarden voor RARE’s. Meer over de hoogte van de RFNBO-subverplichting en de invulling daarvan leest u op de webpagina’s over de brandstoftransitieverplichtingen.

Wie mag inboeken?

Alleen een onderneming die aan de volgende criteria voldoet komt in aanmerking om RFNBO’s in te boeken voor het verkrijgen van RARE’s:

  • Inboeker is een Raffinaderijhouder
    De Inboeker moet een houder zijn van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor een raffinaderij. Het moet een raffinaderij in Nederland betreffen voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof
  • Inboeker is RFNBO gecertificeerd

De raffinaderijhouder is gecertificeerd volgens een vrijwillig systeem en voert een massabalans over de hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong op zijn raffinaderij. Als er verschillende soorten RFNBO’s worden ingezet in de raffinaderij moet de inboeker per soort RFNBO een separate massabalans voeren.

Wat mag ingeboekt worden?

RARE’s kunnen worden verkregen voor de inzet van RFNBO’s als tussenproduct voor de productie van vervoersbrandstof of biobrandstof. Niet alleen gasvormige RFNBO (waterstof) komt in aanmerking voor in boeken. Ook vloeibare RFNBO’s zoals e-methanol kunnen ingeboekt worden. De ingeboekte RFNBO moet aan de volgende eisen voldoen:

  • Alleen gecertificeerde RFNBO

Alleen waterstof die van niet-biologische oorsprong is en hernieuwbaar van aard is, mag worden ingeboekt. De niet-biologische oorsprong en hernieuwbare aard moeten worden aangetoond met een bewijs van hernieuwbaarheid die de inboeker opstelt ten behoeve van de NEa op basis van zijn massabalans.

  • Broeikasgasemissiereductie van ten minste 70%

Alleen RFNBO’s mogen worden ingeboekt die tenminste 70% broeikasgasemissiereductie behalen. Dit moet blijken uit het bewijs van hernieuwbaarheid.

  • Ingezet als tussenproduct voor de productie van vervoersbrandstof of biobrandstof

De inboeker moet kunnen aantonen dat de ingeboekte hoeveelheid RFNBO is gebruikt voor de productie van vervoersbrandstof of biobrandstof. Dit moet blijken uit meters en de bedrijfsadministratie van de inboeker.  

  • Broeikasgasemissiereductie mag niet dubbel meetellen

De RFNBO kan ofwel voor RARE's ofwel voor lagere CO2-eq ketenemissie van de geproduceerde biobrandstof worden ingezet, niet voor beiden. De door het gebruik van RFNBO verwezenlijkte broeikasgasemissiereductie mag dus niet meetellen bij de berekening van de broeikasgasemissiereducties van biobrandstoffen.

Inboeken in het register

De raffinaderijhouder moet zelf een rekening voor het NEa register aanvragen en zelf de gebruikte RFNBO inboeken. Bij het inboeken van een gebruikte hoeveelheid RFNBO voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof worden de volgende gegevens opgegeven in het register:

  • naam en adres raffinaderij
  • soort gebruikte RFNBO
  • type gebruik van de RFNBO (voor productie van conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof)
  • de hoeveelheid gebruikte RFNBO in kilogrammen of liters. Gasvormige RFNBO wordt in kg ingevoerd, vloeibare RFNBO’s in liters (15 graden) of in kg.
  • de datum of periode van gebruik
  • het vrijwillige systeem waaronder het bewijs van hernieuwbaarheid is uitgegeven
  • het nummer van het bewijs van hernieuwbaarheid
  • de broeikasgasemissie in g CO2-eq/MJ zoals vermeld op het bewijs van hernieuwbaarheid

Een bedrijf krijgt na het inboeken van RFNBO’s direct het bijbehorende aantal RARE’s bijgeschreven op zijn rekening in het register. Voor RFNBO’s die zijn gebruikt tussen 1 januari en 1 april van een kalenderjaar en in diezelfde periode zijn ingeboekt, schrijft het register de RARE’s niet direct bij. Dat gebeurt na 1 april van dat jaar, nadat de jaarafsluiting van het voorgaande jaar heeft plaatsgevonden. De bijschrijving van RARE’s kan opgeschort worden als een afwijking van het inboekprofiel of andere onregelmatigheden worden geconstateerd. Alle relevante gegevens omtrent de inboeking dienen 5 jaar bewaard te worden door de inboeker.

Berekening aantal RARE uit inboeking

Voor elke kg CO2-equivalent-ketenemissiereductie krijgt de inboeker één RARE. Dit betekent dat het register op de volgende manier het aantal RARE’s berekent:

Aantal RARE  =hoeveelheid RFNBO (kg/l) X LHV (energie-inhoud) X (94 -emissiefactor (g/MJ))/1.000

  • De omvang van de inboeking (hoeveelheid) is de geleverde waterstof in kilogrammen (of andere RFNBO's in liters) zoals blijkt uit het bemeterd leverpunt en waarvoor de inboeker een bewijs van hernieuwbaarheid heeft;
  • LHV is de lagere verbrandingswaarde, dit is een standaardwaarde voor zover de brandstof in de RED is genoemd. Voor waterstof is dit 120 MJ/kg.
  • 94 is de Europees vastgelegde fossiele uitgangswaarde (in g/MJ) waartegen een hernieuwbare brandstof reduceert;
  • De emissiefactor is de emissiefactor in g/MJ zoals op het bewijs van hernieuwbaarheid staat.
  • De deling door 1.000 is nodig voor de omrekening van gram naar kg.

Deadline inboeken

Uiterlijk op de laatste werkdag vóór 1 maart van elk jaar moet het RFNBO gebruik (van het voorgaande kalenderjaar) ingeboekt zijn in het register. Dus RFNBO’s die in 2026 zijn gebruikt als tussenproduct voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of biobrandstof, moeten uiterlijk 26 februari 2027 in het register zijn ingeboekt. Na deze datum is het niet meer mogelijk om nog inboekingen uit 2026 te doen of om inboekingen te wijzigen. Het register is waarschijnlijk vanaf het derde kwartaal van 2026 beschikbaar voor het inboeken voor RARE’s.

Sparen

Als bedrijven na het afschrijven van RARE’s voor de RFNBO sub verplichting, nog RARE’s overhebben, kunnen zij op 1 april een gelimiteerde hoeveelheid RARE’s meenemen naar het volgende nalevingsjaar. Het aantal RARE's boven deze spaarlimiet vervalt. Dit is een automatische handeling in het register. De hoogte van de spaarlimiet wordt jaarlijks per type deelnemer bepaald.

  1. Inboeker RARE’s: maximaal 10% van de ingeboekte hoeveelheid RARE’s mag gespaard worden.
  2. Brandstofleverancier met verplichting: maximaal 20% van het RFNBO subdoel mag gespaard worden.
  3. Handelaar: maximaal 45.000 RARE’s mogen gespaard worden.

Indien een rekeninghouder een verplichting heeft en ook RARE’s inboekt, zal de eerste of tweede optie die het hoogste spaarsaldo oplevert toegepast worden.

Inboekverificatie

Bedrijven die RARE’s inboeken moeten jaarlijks over een inboekverificatieverklaring beschikken. Hieruit blijkt of de inboekingen aan alle wettelijke vereisten voldoen. Als de inboekverificatie niet met goed gevolg is afgerond, verstrekt de verificateur een rapport van bevindingen. De verificateur verwerkt jaarlijks vóór 1 mei de uitkomsten van de inboekverificatie over de inboekingen van het voorgaande kalenderjaar in het register.

  • Een inboeker moet zelf een contract met de inboekverificateur afsluiten en de verificatie bekostigen.
  • Benader een inboekverificateur tijdig, om te voorkomen dat bovengenoemde deadline niet gehaald kan worden. Het inboeken van RARE’s is nieuw dus het kan tijd kosten voor uw verificateur om de benodigde accreditatie te regelen.

Toezicht en handhaving door de NEa

In aanvulling op de inboekverificateur voert ook de NEa periodieke controles op de inboekingen uit. Als sprake is van een onjuiste inboeking dan kan de NEa deze, tot 5 jaar na het kalenderjaar waarop de inboeking betrekking heeft, corrigeren (ambtshalve vaststellen).

Samenhang toekomstige HWI systematiek

Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei is bezig met wet- en regelgeving voor een jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie. Met deze wet wordt een jaarverplichting voor industriële gebruikers van waterstof (waaronder raffinaderijen) per 1 januari 2027 ingevoerd. Hierbij worden deze waterstofgebruikers verplicht een bepaald percentage hernieuwbare waterstof of hernieuwbare waterstofdragers te gebruiken in hun processen (specifiek: gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong). Meer informatie over de samenhang tussen het inboeken van RARE’s en HWI’s (hernieuwbare waterstofeenheden industrie) zal hier worden toegevoegd zodra die wet- en regelgeving verder bekend is. Het zal in elk geval niet toegestaan zijn om eenzelfde hoeveelheid RFNBO te gebruiken voor het verkrijgen van zowel een RARE als een HWI.