CDM- en JI-projecten

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

Om wereldwijde klimaatverandering tegen te gaan, moet de uitstoot van broeikasgassen omlaag. Waar deze uitstoot wordt verminderd maakt niet uit. Als dit in het buitenland tegen lagere kosten kan, kan het efficiënter zijn om de uitstoot daar te verminderen.

CDM- en JI-projecten

Door te investeren in emissiereductieprojecten kunnen landen en bedrijven een reductie van de CO2-uitstoot realiseren in andere landen. Het Kyoto-protocol (KP) biedt, naast de handel in KP-eenheden ook twee projectgebonden mechanismen:

  • mechanisme voor gemeenschappelijke uitvoering (Joint Implementation, JI): investering in een project waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd in een land met een KP-reductieverplichting;
  • mechanisme voor schone ontwikkeling (Clean Development Mechanism, CDM): investering in een project waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd in een land zonder KP-reductieverplichting (dit zijn meestal ontwikkelingslanden).

 

De investerende landen of bedrijven krijgen vervolgens (een deel van) de behaalde emissiereducties in de vorm van CER’s (in het geval van een CDM-project) of ERU’s (in het geval van een JI-project). Deze rechten kunnen beperkt gebruikt worden in het Europese systeem voor emissiehandel.

 

Goedkeuring deelname aan CDM- en JI-projecten

Sinds 1 januari 2013 is de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) verantwoordelijk voor het namens Nederland verlenen van schriftelijke instemming met deelname aan CDM- en JI-projecten.