Omdat het proces van wet- en regelgeving nog loopt, is de informatie op deze pagina niet definitief. Dit betekent dat de regelgeving die straks inwerking treedt kan afwijken van de informatie op deze pagina’s. De huidige webpagina's zijn gebaseerd op de informatie zoals die bij de NEa bekend is. De NEa probeert deze informatie zo actueel mogelijk te houden.
Binnen de regelgeving Energie voor Vervoer zijn er twee soorten hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO’s):
-
Gasvormige RFNBO’s (zoals waterstof)
-
Vloeibare RFNBO’s
Voor beide soorten gelden aparte voorwaarden voor het inboeken.
Op deze pagina leest u meer over de voorwaarden voor het inboeken van vloeibare RFNBO’s. Informatie over gasvormige RFNBO’s (waterstof) vindt u op de pagina Inboeken waterstof.
Let op! Informatie op deze pagina is alleen relevant voor de ERE-systematiek. Klik op onderstaande knop om naar de HBE-systematiek te gaan.
Levert uw bedrijf een gecertificeerde hoeveelheid vloeibare RFNBO aan de Nederlandse markt? Dan kunt u deze levering inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV).
Voor elke ingeboekte levering ontvangt u Emissiereductie-eenheden (ERE’s) van het type hernieuwbare brandstof (ERE-R) op uw rekening in het register.
Een ERE-R krijgt daarnaast een kenmerk voor de sector waaraan is geleverd:
-
Land (LRE-R)
-
Binnenvaart (BRE-R)
-
Zeevaart (ZRE-R)
De werkwijze voor het inboeken van vloeibare RFNBO’s lijkt sterk op die van vloeibare biobrandstoffen. De systematiek en gebruikte begrippen sluiten bovendien aan bij de Wet op de accijns. Dat betekent dat de regels en procedures grotendeels herkenbaar zijn voor bedrijven die al ervaring hebben met het inboeken van vloeibare biobrandstoffen.
Wie mag inboeken?
De brandstofleverancier die mag inboeken, moet aan een aantal randvoorwaarden voldoen:
De brandstofleverancier moet een onderneming zijn, wat volgens de wettelijke definitie betekent dat het bedrijf ingeschreven moet staan in het Nederlandse handelsregister (Kamer van Koophandel).
De brandstofleverancier moet een vergunninghouder voor een accijnsgoederenplaats (AGP) voor minerale oliën zijn. Alleen leveringen die zijn uitgeslagen tot verbruik (of in bepaalde gevallen onder schorsing van betaling van accijns zijn geleverd) komen in aanmerking voor inboeken. Zie ook ‘uitslag tot verbruik’ hieronder.
In sommige gevallen kan ook een geregistreerd geadresseerde of importeur als inboeker optreden.
De brandstofleverancier moet gecertificeerd zijn volgens een erkend vrijwillig systeem. Hij moet gecertificeerd zijn als ‘trader with storage’ voor de laatste opslaglocatie vanwaar hij de brandstof levert. Dit is nodig omdat de inboeker de massabalans van hernieuwbare brandstoffen moet voeren over de laatste opslaglocatie. Zie ook de paragraaf ‘hernieuwbaarheid van de geleverde RFNBO’ hieronder.
Inboekeisen - wat mag ingeboekt worden?
Een vloeibare RFNBO die aantoonbaar geleverd is aan de sector land, zeevaart of binnenvaart komt in aanmerking om ingeboekt te worden wanneer de inboeker kan aantonen dat de levering van de vloeibare RFNBO (in pure vorm of als onderdeel van een brandstofmengsel)
I. Is uitgeslagen tot verbruik;
II. Hernieuwbaar van aard is;
III. In het geleverde brandstofmengsel aanwezig was (indien er sprake is van een brandstofmengsel)
Deze eisen worden hieronder nader toegelicht.
I. Uitslag tot verbruik
De hoofdregel is dat een bedrijf alleen mag optreden als inboeker als hij zelf de vloeibare RFNBO aan één van de sectoren levert en daarbij zélf de brandstof uitslaat tot verbruik. De inboeker moet in zijn accijnsadministratie kunnen aantonen dat hij de ingeboekte brandstof heeft uitgeslagen tot verbruik.
In bepaalde gevallen is het ook mogelijk dat een andere AGP-vergunninghouder de RFNBO bij de locatie van de inboeker afhaalt en deze andere AGP-vergunninghouder vervolgens (direct) levert aan één van de sectoren en daarbij uitslaat tot verbruik. De inboeker zelf slaat dan niet uit tot verbruik, maar levert onder schorsing van betaling van accijns aan de andere AGP-vergunninghouder. Of dit is toegestaan hangt af van de soort brandstof die is uitgeslagen en de bestemming waaraan geleverd is. De soort brandstof bepaalt ook welke bewijslast er geldt om de beleverde bestemming en de uitslag tot verbruik aan te tonen. Deze situaties worden hieronder beschreven.
|
ABC-afhaaltransactie Als het brandstofmengsel waar de RFNBO onderdeel van is, of de RFNBO zelf (in 100% pure vorm), een standaardbrandstof is, dan mag de inboeker onder voorwaarden ook een levering onder schorsing van betaling van accijns inboeken. Het moet dan gaan om een situatie waarbij een andere AGP-vergunninghouder via een “ABC-afhaaltransactie”* de standaardbrandstof bij de AGP van de inboeker komt afhalen. De afhalende AGP-vergunnninghouder brengt de brandstof vervolgens direct naar de eindgebruiker (en slaat daarbij uit tot verbruik). De brandstof mag na afhaling dus niet meer worden opgeslagen in een AGP. De regelgeving definieert standaardbrandstoffen voor landbestemmingen als een:
|
- gasolie voor mobiele machines die maximaal 50% biobrandstof bevat.
Als er géén sprake is van een standaardbrandstof is een ABC-afhaaltransactie niet mogelijk en moet de inboeker de levering zelf uitslaan tot verbruik. De inboeker moet dan met een factuur en betaalbewijs aantonen aan wie hij leverde. Voor meer informatie, zie de paragraaf ‘I. Uitslag tot verbruik’.
* Bepaling 1.4 van de Beleidsregels accijnswetgeving (A-B-C-transacties tussen vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën voor afhaaltransacties per truck bij depots en raffinaderijlaadpunten)
ABC-afhaaltransactie en inschakelen bunkerdienstverlener
|
Bij leveringen aan de binnenvaart komen twee soorten leveringen onder schorsing van betaling van accijns in aanmerking om in te boeken:
De regelgeving definieert standaardbrandstoffen voor de sector binnenvaart als een: |
- gasolie voor mobiele machines die maximaal 50% biobrandstof bevat, voorzien van roodkleuring;
- EN15940 brandstof;
- brandstof waar het accijnstarief voor LPG geldt.
De eerste optie (ABC-afhaaltransactie) is alleen mogelijk als het brandstofmengsel waar de RFNBO onderdeel van uit maakt, of de RFNBO zelf (in 100% pure vorm), een standaardbrandstof betreft. Als dit niet het geval is, is een ABC-afhaaltransactie niet mogelijk en moet de inboeker de levering zelf uitslaan tot verbruik. De tweede optie (bunkerdienstverlener) is mogelijk voor zowel standaard- als niet-standaardbrandstoffen.
Voor meer informatie, zie de paragraaf ‘I. Uitslag tot verbruik’ op deze webpagina.
* Bepaling 1.4 van de Beleidsregels accijnswetgeving (A-B-C-transacties tussen vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën voor afhaaltransacties per truck bij depots en raffinaderijlaadpunten).
** Een varend transportmiddel van een AGP, ook wel een leurboot, lichter, bunkerschip of bunkerboot genoemd.
Inschakelen bunkerdienstverlener
Net als bij de sector binnenvaart, kan een inboeker een bunkerdienstverlener inschakelen om zijn klant te laten beleveren. De inboeker levert dan onder schorsing van betaling van accijns de brandstof aan een leurschip** van een andere AGP-vergunninghouder, die op zijn beurt de brandstof direct (dus zonder tussenopslag) levert aan het zeeschip (die de klant van de inboeker moet zijn). De bunkerdienstverlener moet die leveringen dan uitslaan tot verbruik.
** Een varend transportmiddel van een AGP, ook wel een leurboot, lichter, bunkerschip of bunkerboot genoemd.
Om vloeibare RFNBO’s te kunnen inboeken, moet de brandstof voldoen aan een aantal voorwaarden.
De brandstof moet:
-
van niet-biologische oorsprong zijn
-
hernieuwbaar zijn
-
voldoen aan de geldende emissiereductie-eisen
Wat dit precies betekent, is vastgelegd in Europese regelgeving (gedelegeerde verordeningen 2023/1184 en 2023/1185 ).
Deze eisen noemen we samen de hernieuwbaarheidseisen.
U moet kunnen aantonen dat de ingeboekte brandstof aan alle eisen voldoet. Dat doet u met een:
Bewijs van hernieuwbaarheid
Dit bewijs:
-
wordt opgesteld binnen een gecertificeerde leveringsketen
-
wordt afgegeven door gecertificeerde bedrijven
-
gaat mee met de brandstof door de hele keten
Alle bedrijven in de keten — dus ook u als inboeker — moeten gecertificeerd zijn via een door de Europese Commissie erkend vrijwillig certificeringssysteem voor RFNBO’s.
Alleen gecertificeerde bedrijven mogen:
-
een bewijs van hernieuwbaarheid opstellen
-
een bewijs ontvangen
-
een bewijs doorgeven
Voor meer informatie over deze certificering, zie deze webpagina van RVO. De vrijwillige schema’s die Europees erkend zijn voor de RFNBO’s vindt u op deze webpagina van de Europese Commissie.
De inboeker moet gecertificeerd zijn als ‘trader with storage’ voor de locatie van waaruit de RFNBO wordt geleverd. Daarnaast geldt:
De ingeboekte RFNBO moet geleverd zijn vanuit een opslaglocatie waarvoor de inboeker de massabalans bijhoudt. Dit kan zijn:
-
een eigen fysieke accijnsgoederenplaats (AGP), of
-
een (tank op een) fysieke accijnsgoederenplaats van een andere AGP-vergunninghouder
Let op: deze AGP-opslaglocatie moet de laatste AGP-opslaglocatie in de leveringsketen zijn.
Wat moet u administratief vastleggen?
Voor de hoeveelheid RFNBO die u inboekt, moet u:
-
een bewijs van hernieuwbaarheid opstellen op naam van de NEa
-
dit bewijs bewaren in uw administratie
Belangrijk is dat de gegevens op het bewijs van hernieuwbaarheid overeenkomen met de gegevens van de inboeking in het NEa-register.
Belangrijk om te weten
-
Een bewijs van hernieuwbaarheid mag maar één keer worden gebruikt.
-
Zodra de brandstof is ingeboekt, vervalt de hernieuwbaarheidsclaim.
-
De hernieuwbaarheid van een hoeveelheid RFNBO kan dus maar door één partij worden benut voor Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s).
Kunt u de hernieuwbaarheid van de geleverde RFNBO niet aantonen? Dan mag u deze levering niet inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). U ontvangt in dat geval geen ERE’s.
III. Aantoonbare RFNBO component bij brandstofmengsels
Voor RFNBO’s die als onderdeel van een brandstofmengsel worden geleverd, geldt dat de inboeker moet kunnen aantonen wat de fractie van de ingeboekte brandstof in het mengsel was. Dit moet de inboeker doen met monstername en analyse. Een voorbeeld hiervan is dat een inboeker die e-methanol als onderdeel van een benzine levert, moet aantonen dat de benzine daadwerkelijk methanol bevatte. Deze analyse geeft niet de hernieuwbaarheid van de methanol component aan, dat moet gebeuren met het bewijs van hernieuwbaarheid.
Inboeken in het REV
RFNBO’s mogen alleen ingeboekt worden als de daadwerkelijke levering aan de Nederlandse markt heeft plaatsgevonden. Het is niet toegestaan om een voorgenomen / geplande levering in te boeken.
Voor elke kilogram CO2-equivalent-ketenemissiereductie door de geleverde RFNBO die wordt ingeboekt krijgt de inboeker één ERE op zijn rekening in het REV bijgeschreven. De emissiewaarde op het bewijs van hernieuwbaarheid van de geleverde RFNBO bepaalt namelijk hoeveel ERE’s er worden bijgeschreven.
|
Aantal ERE = omvang inboeking [l of kg] * LHV [MJ/l of MJ/kg] * (94 [g/MJ]- E [g/MJ]) * factor / 1000 |
- De omvang van de inboeking is de geleverde brandstof in liters of kilogrammen, voor zover ‘gedekt’ door een bewijs van hernieuwbaarheid;
- LHV is de lagere verbrandingswaarde van de brandstof die u inboekt in MJ/l of MJ/kg. Afhankelijk van het soort brandstof geldt een standaardwaarde uit de RED of een zelf vastgestelde waarde door monstername en analyse volgens een ISO-/IEC 17025 geaccrediteerd laboratorium;
- 94 is de Europees vastgelegde fossiele uitgangswaarde (in g/MJ) waartegen een hernieuwbare brandstof reduceert;
- De emissiefactor E is de emissiefactor van de hernieuwbare brandstof in g/MJ zoals op het bewijs van hernieuwbaarheid staat. Afhankelijk van de brandstof kan er gebruik worden gemaakt van standaardwaarden uit de RED of wordt dit in het kader van het vrijwillige systeem vastgesteld.
- De deling door 1000 is nodig voor de omrekening van gram naar kg.
- Datum of periode van levering;
- De beleverde sector;
- De soort RFNBO (brandstofnaam);
- De geleverde hoeveelheid (in liters bij 15 °C of kilogram);
- De onderste verbrandingswaarde (als er geen standaardwaarde beschikbaar is);
- Naam van het gehanteerde vrijwillige systeem;
- Het nummer van het bewijs van hernieuwbaarheid;
- De broeikasgasemissiefactor in g CO2 eq/MJ (zoals vermeld op het bewijs van hernieuwbaarheid);
- Gegevens van de locatie vanwaar geleverd is.
Inboeken van geleverde RFNBO’s kan het hele jaar door. Wel geldt een uiterste deadline: uiterlijk op de laatste werkdag vóór 1 maart van elk jaar moeten de brandstoffen (geleverd in het voorgaande kalenderjaar) ingeboekt zijn in het REV. Brandstofleveringen die in 2026 zijn gedaan, moeten uiterlijk 26 februari 2027 in het REV zijn ingeboekt. Na deze datum is het niet meer mogelijk om nog inboekingen van leveringen uit 2026 te doen.
Omdat het REV vanwege de overgang van HBE’s naar ERE’s grondig vernieuwd wordt, is het vernieuwde REV naar verwachting pas in mei/juni 2026 beschikbaar voor het inboeken voor ERE’s.
Als bedrijven na het afschrijven van Emissiereductie-eenheden (ERE’s) voor hun verplichtingen nog ERE’s overhebben, kunnen zij op 1 april een gelimiteerde hoeveelheid ERE’s meenemen naar het volgende nalevingsjaar. Dit zijn de gespaarde ERE’s. Meer informatie over sparen en de spaarlimiet leest u op deze webpagina.
Inboekverificatie
Bedrijven die inboeken in het REV moeten jaarlijks over een inboekverificatieverklaring beschikken. Hieruit blijkt of de ingeboekte hernieuwbare energie aan alle wettelijke vereisten voldoet. Als de inboekverificatie niet met goed gevolg is afgerond, verstrekt de verificateur een rapport van bevindingen. De verificateur verwerkt jaarlijks vóór 1 mei de uitkomsten van de inboekverificatie over de inboekingen van het voorgaande kalenderjaar in het REV.
-
- Een inboeker moet zelf een contract met de inboekverificateur afsluiten en de verificatie bekostigen.
- Benader een inboekverificateur tijdig, om te voorkomen dat bovengenoemde deadline niet gehaald kan worden.
Op dit moment zijn er drie inboekverificateurs:
- Control Union;
- Dekra;
- NORMEC QS.
- De inboekverificateur voert de verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige manier uit.
- De inboekverificateur is geaccrediteerd voor het onderdeel inboekverificatie van het werkveld hernieuwbare energie vervoer, door de Nederlandse Raad voor Accreditatie (RvA) of door een nationale accreditatieinstelling uit een andere lidstaat van de Europese Unie (EU).
- De inboekverificateur mag ook verificaties uitvoeren als hij aantoonbaar een accreditatieprocedure is gestart die nog niet is afgerond.
Informatie over het accreditatieproces is te verkrijgen bij de Raad voor Accreditatie Raad voor Accreditatie (RvA).
De eisen aan de inboekverificatie zijn uitgewerkt in bijlage 8 van de Regeling energie vervoer. De verificateur moet zijn werkzaamheden uitvoeren conform een door hem opgesteld en door de NEa goedgekeurd verificatieprotocol.
|
Let op! De levering van vloeibare RFNBO’s is nog in opkomst. Het is daardoor goed mogelijk dat bovengenoemde inboekverificateurs nog niet geaccrediteerd zijn voor het uitvoeren van inboekverificaties voor vloeibare RFNBO’s. De benodigde accreditatie kent een aanzienlijke doorlooptijd. Benader daarom op tijd een verificateur. |
Toezicht en handhaving door de NEa
In aanvulling op de inboekverificateur voert ook de NEa periodieke controles op de inboekingen uit. Als sprake is van een onjuiste inboeking dan kan de NEa deze, tot 5 jaar na het kalenderjaar waarop de inboeking betrekking heeft, corrigeren (ambtshalve vaststellen).
Inboeken: eigen afweging maken
Inboeken gaat gepaard met verantwoordelijkheden en bepaalde kosten en administratieve lasten. Bij het maken van de afweging van een bedrijf om in te boeken, moet het met deze kosten en administratieve lasten rekening worden gehouden.
Voorbeelden van kosten en administratieve lasten bij levering van vloeibare RFNBO’s (niet uitputtend en hoeven niet altijd voor te komen)
-
- Inkoop van vloeibare RFNBO’s
- Opslagtanks en menginstallaties
- Certificering met een erkend vrijwillig systeem
- Bijhouden van administratie en massabalans
- Bemonstering en analyse
- Inboekverificatie
Bij de afweging voor een bedrijf om in te boeken, moet het ook rekening houden met het NEa toezicht op de naleving van de inboekvoorwaarden (zie ‘Toezicht & Handhaving door de NEa’). De NEa heeft namelijk de mogelijkheid om handhavend op te treden (zie ‘Handhavingsmiddelen’) indien de inboeker niet aan die voorwaarden voldoet. Het is dus belangrijk om te beseffen dat inboeken een vrijwillige, maar niet vrijblijvende activiteit is.