Let op! Informatie op deze pagina is alleen relevant voor de HBE-systematiek. Klik op onderstaande knop om naar de ERE-systematiek te gaan.
Inboeken elektriciteit
Bedrijven die elektriciteit leveren aan vervoer in Nederland kunnen de leveringen onder voorwaarden inboeken op hun rekening in het Register Energie voor Vervoer (REV). Zij ontvangen daarvoor Hernieuwbare Brandstofeenheden (HBE’s) van de soort HBE overig (HBE-O).
Wie mag inboeken
Een inboeker moet aan onderstaande voorwaarden voldoen:
- Het is een onderneming (ingeschreven in de Nederlandse KvK) die elektriciteit levert aan vervoer (uitgezonderd spoor) in Nederland, én
- het is een afnemer in de zin van de Elektriciteitswet, van een of meerdere aansluitingen waar elektriciteit aan vervoer wordt geleverd.
Een afnemer is een onderneming die beschikt over een volledige aansluiting (een verbinding tussen het net en een onroerende zaak). Een secundair allocatiepunt alleen is niet voldoende; het primair allocatiepunt dient ook op naam te staan van de inboeker.
De NEa controleert dit door bij de netbeheerder na te gaan of de aansluitingen op naam van de onderneming staan. De tenaamstelling van de aansluiting is dus gebaseerd op de gegevens in het Centraal Aansluitingsregister van de netbeheerders, niet op de contractant bij de energieleverancier.
Wat mag ingeboekt worden
- Alleen elektriciteit geleverd aan vervoer komt in aanmerking voor HBE’s;
o Elektriciteit geleverd aan spoor(voertuigen) komt niet in aanmerking voor HBE's;
o Elektriciteit geleverd aan mobiele machines, bouwkranen, landbouwvoertuigen etc. komt niet in aanmerking voor HBE's.
o Walstroom geleverd aan schepen komt wel in aanmerking voor HBE’s.
o Dokstroom geleverd aan luchtvaartuigen komt wel in aanmerking voor HBE’s. - Alleen het hernieuwbare deel van de geleverde elektriciteit wordt beloond met HBE’s;
- Hoeveelheden zoals gemeten door een bemeterd leverpunt mogen ingeboekt worden. Een bemeterd leverpunt is een punt voor levering van elektriciteit, met een voertuigaansluiting en een meter die de hoeveelheid van de levering meet. In de praktijk zijn dit de verkoopmeters.
Bedrijven mogen elektriciteit inboeken die aan wegvoertuigen/binnenvaart is geleverd via exclusief daarvoor bestemde aansluitingen van deze bedrijven op het elektriciteitsnet. Achter de aansluiting mag dus geen andere bestemming van de elektriciteit zijn dan elektrische voertuigen. Zij boeken de hoeveelheid elektriciteit (kWh) per aansluiting in, zoals gemeten door een of meerdere bemeterde leverpunten (verkoopmeters) achter de aansluiting.
In de praktijk kan het voorkomen dat een aansluiting niet exclusief bestemd is voor de levering van elektriciteit aan wegvoertuigen/binnenvaart. Dit geldt bijvoorbeeld als er ook verbruik plaatsvindt door een kantoor of winkel. Indien er geen sprake is van een aansluiting (of secundair allocatiepunt, zie hieronder), die exclusief voor vervoer bestemd is, worden er extra eisen gesteld aan het bemeterd leverpunt (verkoopmeter) in de laadpaal. Elk bemeterd leverpunt dient dan te beschikken over een MID-meter:
een geregeld meetinstrument als bedoeld in de Metrologiewet, voorzien van een geldige conformiteitbeoordeling en merktekens om de kwaliteit van de gegevens te waarborgen.
Wanneer een aansluiting niet exclusief bestemd is voor de levering van elektriciteit aan vervoer kan het ‘Codebesluit meerdere leveranciers op één aansluiting (MLOEA)’ van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) mogelijk een oplossing bieden.
Het Codebesluit MLOEA maakt het mogelijk om bij een opgestelde installatie achter de aansluiting een secundair allocatiepunt aan te maken. Elk secundair allocatiepunt krijgt volgens het Codebesluit een aparte EAN-code toegewezen en een bijbehorende meter. Op deze manier is het mogelijk om de levering van elektriciteit door verschillende installaties administratief ‘op te splitsen’, zonder dat er aparte (fysieke) aansluitingen gerealiseerd hoeven te worden. Een aanvraag voor secundaire allocatiepunten moet worden ingediend bij de netbeheerders.
De NEa zal inboekingen van leveringen van elektriciteit aan vervoer via deze constructie accepteren, als aangetoond wordt dat het secundaire allocatiepunt exclusief voor deze leveringen bestemd is. Het secundaire allocatiepunt moet (net zoals de hoofdaansluiting) op naam staan van de partij die inboekt.
NB: Hierbij geldt nog steeds dat alleen de afnemer in de zin van de Elektriciteitswet inboeker kan zijn. Een partij die eigenaar is van een secundair allocatiepunt maar niet van de hoofdaansluiting, kan dus niet inboeken. Ook blijft het zo dat de hoeveelheid zoals gemeten door het bemeterde leverpunt (op de laadfaciliteit) leidend is bij het inboeken. Het gaat dus niet om de hoeveelheid op de inkoopmeter, die dient slechts als contra-informatie.
HBE's voor hernieuwbaar deel
Alleen voor het hernieuwbare deel van de elektriciteit schrijft het register een aantal HBE’s bij. Voor leveringen van elektriciteit uit het net wordt het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit (van twee jaar voor het leverjaar) gebruikt. Voor 2025 is dit 46,4%.
In twee scenario’s kan de volledige (100%) levering van elektriciteit aan vervoer met HBE’s beloond worden:
- elektriciteit die op de leveringslocatie (op hetzelfde kadastrale adres) uit hernieuwbare bronnen opgewekt wordt en rechtstreeks aan vervoer is geleverd met behulp van een bemeterd leverpunt;
- elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die via een directe lijn van de opweklocatie naar de leverlocatie gevoerd is waar het vervolgens met een bemeterd leverpunt aan vervoer geleverd werd.
De opwek- en leverlocatie dienen hierbij geregistreerd te staan op verschillende kadastrale adressen en enkel één van deze locaties mag een aansluiting hebben op het elektriciteitsnet. Daarnaast mag de eigenaar van de opwekinstallatie niet dezelfde entiteit zijn als de eigenaar van de laadinfrastructuur.
De inboeker moet over een niet-net Garantie van Oorsprong (GvO) ter grootte van de inboeking beschikken Bij de registratie voor HBE’s vermeldt de inboeker het nummer van deze GvO('s). De GvO(’s) blijven in VertiCer op de rekening van de producent staan. Ten slotte mag er voor de elektriciteit geen exploitatiesubsidie betaald zijn.
De inboeker moet altijd kunnen aantonen dat de hernieuwbare elektriciteit (al dan niet na tussenopslag in een accu) aan voertuigen is geleverd. Elektriciteit die terug geleverd is aan het net of aan andere installaties op de aansluiting is geleverd, kan niet ingeboekt worden.
Voor de berekening van het aantal HBE’s wordt een weegfactor 4 gebruikt, vanwege de energie-efficiëntie van elektrisch rijden. De berekening van het aantal HBE’s gebeurt automatisch in het REV. De formules zijn als volgt:
|
Algemene voorwaarden inboeken
Het inboeken van elektriciteit is vrijwillig maar er komen wel verplichtingen bij kijken:
- Ieder jaar moeten inboekingen (geregistreerde leveringen) geverifieerd worden door een geaccrediteerde verificateur. De kosten hiervoor zijn voor de inboeker.
- Inspecteurs van de NEa zullen op inspectie komen, bijvoorbeeld naar aanleiding van de verificatie, omdat een onderneming voor het eerst heeft ingeboekt, of op reguliere (periodieke) basis. Indien nodig kan de NEa handhavend optreden.
- Inboekers moeten een goede administratie bijhouden, waarin de onderbouwing is te vinden van wat (per aansluiting) wordt ingeboekt, zoals factuur- en meetgegevens. De werkwijze voor het bepalen en controleren van de ingeboekte hoeveelheid moet hierin zijn vastgelegd.
- De inboeker dient op de hoogte te zijn van de geldende wet- en regelgeving (Wet milieubeheer 9.7; Besluit energie vervoer; Regeling energie vervoer).
Belangrijke onderdelen voor een AO-IB/IC voor elektriciteit zijn:
- Permanente gegevens, zoals technische tekeningen, type laadpaal en werking laadpaal
- Contracten met andere partijen, zoals de energieleverancier
- Procesbeschrijvingen voor interne controles, omgang met storingen etc.
- Inkoopadministratie van de elektriciteit per EAN-code zoals de jaarafrekening van de energieleverancier en meetdata van de netbeheerder/meetverantwoordelijke
- Verkoopadministratie (indien van toepassing)
- kWh-data van de meter in de laadpaal
- Eventueel de gegevens van de opwekinstallatie voor hernieuwbare elektriciteit (technische gegevens zoals maximale capaciteit, meetgegevens van de meter die bijhoudt hoeveel elektriciteit er naar vervoer is gegaan).
Jaarafsluiting en spaarlimiet
- Leveringen worden ingeboekt (geregistreerd) in het online Register Energie Vervoer (REV).
- Ondernemingen kunnen leveringen gedaan in jaar X inboeken tot 1 maart van jaar X+1.
- HBE’s worden direct bijgeschreven na inboeking. De inboeking kan dan niet meer aangepast worden.
- Voor 1 mei moet elke inboeker over een inboekverificatieverklaring beschikken.
- Op 1 mei vindt de jaarafsluiting plaats. HBE’s die boven de spaarlimiet vallen, vervallen.