Onafhankelijke verificatie-instellingen hebben een belangrijke rol in het systeem van de brandstoftransitieverplichting. Zij controleren, via verschillende verificaties, of bedrijven zich houden aan bepaalde eisen voor het inboeken van hernieuwbare energie en het registreren van brandstofleveringen voor de brandstoftransitieverplichtingen sector binnenvaart en sector zeevaart.
Op deze pagina leest u meer over de verificaties binnen de wet- en regelgeving Hernieuwbare Energie voor Vervoer en de eisen waar verificatie-instellingen aan moeten voldoen.
Verificaties Hernieuwbare Energie voor Vervoer
Er bestaan vier soorten verificaties binnen de wet- en regelgeving Hernieuwbare Energie voor Vervoer (‘HE verificaties’).
Bedrijven met een brandstoftransitieverplichting (BTV) zijn verplicht om jaarlijks vóór 1 maart hun brandstofleveringen van het voorgaande jaar te registeren in het Register Energie voor Vervoer (REV) van de NEa. Bedrijven met een BTV binnenvaart en/of BTV zeevaart moeten de door hen geregistreerde brandstofleveringen aan binnenschepen en/of zeeschepen vervolgens vóór 1 mei laten verifiëren door een externe, onafhankelijke verificateur. Dit heet de verificatie levering tot eindverbruik ofwel lte-verificatie.
De lte-verificateur controleert of de geregistreerde brandstofleveringen voor de sector binnenvaart en/of zeevaart juist en volledig zijn. Dit doet hij per sector. Er bestaat dus een lte-verificatie binnenvaart en een lte-verificatie zeevaart.
Bedrijven die hernieuwbare energie inboeken in het REV om ERE’s (emissiereductie-eenheden) te creëren zijn verplicht om jaarlijks vóór 1 mei hun inboekingen te laten verifiëren door een externe, onafhankelijke verificateur. Dit heet de inboekverificatie.
De inboekverificateur controleert of de geregistreerde inboekingen aan alle wettelijke (inboek)eisen voldoen. Dit doet hij per soort hernieuwbare energie. Er bestaan dus vijf soorten inboekverificaties:
- Inboekverificatie vloeibare biobrandstof
- Inboekverificatie gasvormige biobrandstof
- Inboekverificatie vloeibare RFNBO
- Inboekverificatie gasvormige RFNBO
- Inboekverificatie elektriciteit
Bedrijven die RFNBO’s inboeken in het REV om RARE’s (raffinagereductie-eenheden) te creëren zijn verplicht om jaarlijks vóór 1 mei hun RARE-inboekingen te laten verifiëren door een externe, onafhankelijke verificateur. Dit heet de RARE-verificatie.
De RARE-verificateur controleert of de geregistreerde RARE-inboekingen aan alle wettelijke (inboek)eisen voldoen.
Bedrijven die vloeibare biobrandstoffen inboeken in het REV moeten het biogene gehalte van de geleverde brandstof aantonen middels monstername en analyse. Bedrijven die vervloeide gassen (bio-LNG en bio-LPG) inboeken hebben naast monstername en analyse de mogelijkheid om dit te doen middels een verificatie door een externe, onafhankelijke verificateur op de productielocatie van de brandstof (de vervloeiingsinstallatie). Dit heet de verificatie biomassa ofwel bioverificatie.
De bioverificateur controleert of de hoeveelheden bio-LNG of bio-LPG die door de productielocatie aan de inboeker zijn geleverd uit biogene grondstoffen (biomassa) geproduceerd zijn. Dit doet hij in opdracht van de productielocatie.
Bedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de verificatie. Zij moeten hiervoor dus zelf contact opnemen met een verificatie-instelling en een contract afsluiten en bekostigen.
Wie voeren de verificaties uit?
HE-Verificaties worden uitgevoerd door onafhankelijke conformiteitsbeoordelende organisaties. Niet iedere organisatie mag deze verificaties uitvoeren. Verificatie-instellingen moeten aan specifieke vereisten voldoen om HE-verificaties te mogen aanbieden.
Om de HE verificaties te mogen uitvoeren, moeten verificatie-instellingen geaccrediteerd zijn tegen de ISO/IEC 17020 norm door de Raad van Accreditatie (RvA). Deze accreditatie moet de juiste scope hebben: het werkveld ‘Hernieuwbare energie vervoer’ en de specifieke HE verificatie binnen dit werkveld.
De RvA ziet erop toe dat geaccrediteerde verificatie-instellingen zich aan de eisen van de accreditatienorm houden en voert hiervoor periodieke (her)beoordelingen bij de verificatie-instellingen uit.
Verificatie-instellingen die een of meerdere van de HE verificaties willen aanbieden aan hun klanten, kunnen een accreditatie-aanvraag indienen bij de RvA. Verdere vragen over het proces van erkenning door de NEa kunnen gesteld worden via de NEa Helpdesk.
Verificatie-instellingen moeten de verificaties waarvoor zij geaccrediteerd zijn uitvoeren volgens een door de NEa goedgekeurd verificatieprotocol. Voor iedere soort verificatie moet de verificatie-instelling een apart verificatieprotocol opstellen.
Dit verificatieprotocol beschrijft hoe de verificatie-instelling de specifieke verificatie uitvoert, en daarmee invulling geeft aan de eisen aan die verificatie die in de Regeling energie vervoer zijn vastgelegd. De NEa voor iedere verificatie een richtlijn opgesteld voor wat het verificatieprotocol minimaal moet beschrijven:
- Lte-verificatie
- Inboekverificatie
- Inboekverificatie vloeibare biobrandstof
- Inboekverificatie gasvormige biobrandstof
- Inboekverificatie vloeibare RFNBO
- Inboekverificatie gasvormige RFNBO
- Inboekverificatie elektriciteit
- RARE-verificatie
- Bioverificatie
Deze richtlijnen worden door de NEa gebruikt bij het beoordelen van de door verificatie-instellingen opgestelde verificatieprotocollen.
Een goedgekeurd verificatieprotocol heeft een bepaalde geldigheidsduur. Vóór afloop van de geldigheid van een verificatieprotocol moet een verificatie-instelling een herziene versie van het verificatieprotocol indienen bij de NEa ter goedkeuring.
|
Lte-verificatie |
Verificatie-instellingen waarvan deze accreditatie in behandeling of afgerond is worden hier vermeld. |
|
Inboekverificatie | |
|
RARE-verificatie |
Verificatie-instellingen waarvan deze accreditatie in behandeling of afgerond is worden hier vermeld. |
|
Bioverificatie |
Verificatie-instellingen waarvan deze accreditatie in behandeling of afgerond is worden hier vermeld. |
Wat moeten verificatie-instellingen doen?
Jaarlijks vóór 1 mei: verificatieresultaten registeren
De verificatieresultaten moeten jaarlijks vóór 1 mei door de verificateur in het REV zijn geregistreerd. Dit geldt voor de lte-verificatie, inboekverificatie en RARE-verificatie. Voor bioverificatie is dit niet nodig.
Register Energie voor Vervoer
Verificatie-instellingen hebben toegang tot het Register Energie voor Vervoer (REV) nodig om de te verifiëren, door hun klanten geregistreerde gegevens in te zien en de resultaten van de verificatie(s) te registreren.
Toezicht & handhaving door de NEa
De NEa houdt toezicht op de naleving van de verificatie-eisen. Indien de NEa constateert dat verificatie-instellingen zich niet aan deze eisen houden, kan de NEa handhavend optreden.